Feld-Luftmunitionslager 7/VI Soesterberg
Met de uitbouw van vliegveld Soesterberg naar een complete Fliegerhorst én Feldluftpark werden er meerdere munitieopslagplaatsen aangelegd. Een groot munitiedepot verscheen al spoedig op de Leusderheide op het Hoogte 50 terrein. Reeds in de zomer 1940 werd daar aanvang mee gemaakt.
In eerste instantie had het de benaming Munitions-Niederlage Soesterberg. Naast bommen en boordmunitie lag er ook alle andere denkbare munitie voor Luftwaffe-troepen opgeslagen, zoals voor luchtafweer en grondtroepen.
Al snel werd het een regionaal munitiedepot en in 1941 veranderde het in de naam Feldluft-Munitionslager Soesterberg en vervolgens in 1941 Feldluft-Munitionslager 7/VI.
De Luftwaffe had in Nederland meerdere grote munitieparken voor regionale toelevering van alle soorten munitie in gebruik bij de Luftwaffe. Niet alleen bommen, zeemijnen en boordmunitie, maar ook FLAK-munitie en alle denkbare munitie voor grondtroepen.
Voor Luftgau VI waren dat in Nederland:
Feld-Luftmunitionslager 15/VI, Mook
Feld-Luftmunitionslager 8/VI, Loon op Zand
Feld-Luftmunitionslager 1/XI, Naarden
Feld-Luftmunitionslager 32/VI,
Honswijk
Feld-Luftmunitionslager 33/VI,
Zwijndrecht
Feld-Luftmunitionslager 40/VI, De
Steeg
Feld-Luftmunitionslager 7/VI,
Soesterberg
Minenlager 3/XI, Stroe
Luftminenzug 9, Deelen
Nota Bene, de organisatie-structuur en exacte benamingen wisselde nogal in de jaren.
Op 1 Augustus 1942 was het organisatieplan voor Feldluftpark 5/III Holland als volgt:
Org.4
Leiter Hptm.Senkbeil - Amsterdam
Nachschub
Bezirk Nord (Major Stenmaier - Soesterberg)
1. Feld.
Mun. Lager 7/VI Soesterberg
2. M.A.S.T.
Naarden 1/XI (L.V.Utrecht)
3. Mun.
Zw.L. Weesp (Lg. Vermittl.)
4. Mun.
Zw.L. Hilversum (L.V. Utrecht)
5. Mun.
Zw.L. De Steeg.
6. Mun.
Zw.L. Nigtevecht.
Nachschub Bezirk
Süd (Major Wagner - Loon op Zand)
1. Feld.Mun.Lager
8/VI Loon op Zand
2. M.A.S.T.
33/VI Zwijndrecht (L.V.Utrecht)
3. M.A.S.T.
d.Lw. 32/VI Honswijk (L.V.Utrecht)
4. Mun.
Zw.L. Weert.
5. Mun.
Zw.L. Mook.
Deze munitieopslagplaatsen leverde munitie uit naar allerlei Luftwaffe eenheden. Het uitgiftepunt noemde men Munitions Ausgabe Stelle (M.A.St.). Elk Munitionlager had zijn eigen Ausgabe Stelle. Voor Soesterberg was dat Munitions Ausgabe Stelle (M.A.St.) 7/VI.
Aanvoer en afvoer gebeurde grotendeels per trein en per vrachtwagens en ging vanuit Soesterberg niet alleen naar Fliegerhorst Soesterberg, maar ook naar de andere munitiedepots (MunitionsZwischenLager) in het Nachschub-bereik. Op de Fliegerhorsten waren weer aparte kleinschaligere munitieparken.
Feld-Luftmunitionslager 7/VI Soesterberg bevond zich op de Leusderheide, op het gebied van het voormalige Hoogte 50 en bijbehorende oefenterrein. De infrastructuur van het munitiepark zou in de loop van de tijd steeds concreter worden. In eerste instantie lag de munitie op houten vlonders in ondiepe kuilen in de hei, omgeven met een aarden wal.
![]() |
Munitie-opslag in de eerste fase op de Leusderheide. Links een Luftwaffe Bau-kompanie in nazomer 1940 die betrokken was bij de aanleg van de opslagplaatsen op de Leusderheide. |
Grote brand 18 april 1941
De dag 18 april 1941 zou een behoorlijke impact hebben op de uitbouw en structuur van het munitie-opslaggebied.
Ongeveer 12.30 brak er een brand uit op de Leusderheide, die zich door het droge weer en straffe wind snel uitbreidde en groot deel van de Leuderheide oncontroleerbaar in brand zette, inclusief het terrein van de Munitions Lager. De meeste munitie lag opgeslagen in nissen gemaakt van aarde wallen en zandzakken, of zelfs gewoon los in de heide. Niet bescherm tegen een brand. Spoedig ontplofte dan ook opgeslagen munitie als gevolg van de brand, wat het blussen verder onmogelijk maakte. Bovendien wakkerde de explosies met luchtdruk de brand verder aan en ontstonden nieuwe vuurhaarden door weggeslingerde gloeiden scherven. Ruim 300.000 kg opgeslagen munitie ging die dag verloren. Voor een uitgebreid (foto)verslag over deze gebeurtenis klik hier: Brand Leusderheide 18 April 1941

Foto's boven: Door de brand ontplofte vliegtuigbommen. Foto's genomen door een nabij gelegerde Flak-soldaat. Collectie SLS39-45
Nieuwbouw munitiepark
Na een periode munitierestanten ruimen na de brand van april
1941 werd er druk gewerkt aan een nieuwe opzet van het munitie-opslaggebied. De
bommen kregen veiligere bunkers die herhaling van de ramp van 18 april moesten
voorkomen. Deze bakstenen bunkers waren half in de grond gegraven met afmetingen van circa 5x3 meter. Ze waren voornamelijk opgetrokken uit witte kalkstenen, maar ze waren er ook van rode bakstenen. De dikte van de muren bestond uit 2 bakstenen in de
breedte met daartussen
![]() |
Munitie-opslag op de Leuderheide na de grote brand in April 1941. Fotograaf onbekend. Uit boekwerkje Zwischen Ems Und Schelde 1942 Bovenop de witte stenen muur is de rails te zien waarover het dak geschoven kon worden. |
In April 1942 vroegen de Duitse autoriteiten toestemming om
de bestaande kruising van de trambaan en het smalspoor in de Amersfoortsestraat
bij het Cenakel weer in gebruik te nemen. In mei 1942 vorderden ze
![]() |
De (hoofd)ingang van het Munitionslager en Ausgabe Stelle lag aan het einde van de huidige Laan van Blusee van Oud Alblas en werd vanaf de Amersfoortseweg bewijzerd met een bord met de vermelding 'M. A. St.'. Zo stond er er een verwijsbord met M.A.St. erop op het kruispunt bij Restautant 't Zwaantje wijzend naar het oosten. Een tweede M.A.St. punt was er bij de ingang van Kamp van Zeist. De foto links (bron NIMH) is genomen bij het toegangshek van Kamp van Zeist (zie ook artikel Kamp van Zeist).
|
Zoals eerder geschreven, gebruikten de Duitsers vanaf voorjaar 1942 het smalspoor-traject van voor de oorlog over de Korndorferlaan. In Juni 1942 werd dit opgebroken en werd op hetzelfde traject een normaalspoor aangelegd. Op dit spoor konden gewone locomotieven rechtstreeks van de spoorlijn Utrecht-Amersfoort hun zware last verder transporteren en hoefde de last niet meer overgeladen te worden. Naast het treinspoor werd het smalspoor weer her-aangelegd. Via het spoor werd door een trein met wagons zware munitie zoals vliegtuigbommen vanuit Duitsland aangevoerd. Aan het einde van de spoorlijn werden de bommen van de wagon in een vrachtwagen overgeheveld. De bommen waren verpakt in een houten krat (of ook slee genoemd) waar een soort handvatten aanzaten, waaraan de last slepend versleept kon worden. De transportploeg vervoerde vervolgens de bommen naar de munitiebunkers op de Leusderheide waar ze met een takel gelost werden.
![]() |
Lichtere munitie, zoals geweer en pistool patronen, FLAK-granaten en dergelijke werd in munitiekisten door vrachtwagens aan en afgevoerd en eveneens opgeslagen in de munitiebunkers. Over het algemeen lagen de bunkers letterlijk en figuurlijk bomvol met munitie.
Vanuit dit Munitions-Aufstellung Lager werd de munitie in kleinere hoeveelheden weer getransporteerd naar andere lokale opslagterreinen en vliegvelden in Nederland. Zo vertrok er op 18-12-1943 een munitietrein vanuit Soesterberg naar Groningen.
Foto links vervoer van zware bommen op treinwagons, foto heimelijk genomen nabij Soestduinen.
(Collectie SLS39-45) |
Het laden en lossen van de bommen gebeurde met enige veiligheidsmaatregelen. De wagons werden losgekoppeld en op geruime afstand van elkaar gelost en geladen. Als het mis zou gaan zou maar 1 wagon verloren gaan en niet de hele treinlading. Bij het laden en lossen stond altijd een Duitse militaire Brandweer-wagen paraat.
Een van de sub-afdelingen van het Munitions-AufstellungsLager was de afdeling 'Retourgoederen'. Vanwege de schaarste van grondstoffen werd bijna alles bewaard voor hergebruik. De houten bom-rekken werden gedemonteerd en opgeslagen, eveneens houten en stalen munitiekisten, lege koperen hulzen, karton en bindtouw. Wanneer er een voldoende hoeveelheid retourgoederen was verzameld werden deze weer terug getransporteerd naar Duitsland. De aan- en afvoer van materiaal gebeurde door Duitse eenheden, maar de demontage, opslag en het helpen bij het laden en lossen werd hoofdzakelijk gedaan door Nederlandse Arbeiders. Degene die afgekeurd waren voor de ArbeitsEinsatz in Duitsland konden via het Gewestelijk Arbeidsbureau van Amersfoort hier komen te werken. De afdeling 'Retourgoederen' omvatte in september 1943 ongeveer 20 tot 25 Nederlandse arbeiders, die werden geleid door twee Duitse Wehrmacht soldaten. Dit waren twee oudere (50+) militairen die behoorlijk schappelijk waren en geen fanatieke nazi's. De Nederlanders konden het veroorloven soms een grapje te maken over Hitler. De Duitse militairen die waren aangesteld voor de aan- en afvoer van de munitie op de munitie-opslagterrein zelf waren meestal behoorlijk jonge knapen en vaak veel fanatieker (opgegroeid/opgevoed met de nazi ideologie). Daarbij hoefde men het niet te wagen grappen over Hitler te maken.
In de omgeving van het laatste traject van de spoorlijn stonden twee houten barakken en 1 houten loods. In de barakken lag opslag van goederen en vermoedelijk werd hier de administratie van de aan- en afvoer van munitie bijgehouden als treinen gelost en geladen werden. In de houten loods, die aan de voorzijde open was, lagen camouflagenetten opgeslagen. Deze camouflagenetten werden over de munitiebunkers gedrapeerd om ze te verbergen vanuit de lucht. De arbeiders in de Retourgoederen-ploeg werkten buiten, nabij het einde van het spoor. In de heide werden de stalen pinnen uit de houten rekken geslagen en konden de rekken ingeklapt worden. Er waren geen waslokalen en kantine voor de arbeiders beschikbaar. Wel een klein toilet-gebouwtje.
![]() |
Toiletgebouw Een toiletgebouw op het terrein (na de oorlog Gebouw R3). Mogelijk was deze al voor de oorlog gebouwd als onderdeel van Kamp Hoogte 50. Fotograaf R. de Mos 1993 |
De arbeiders van deze ploeg werden in de gaten gehouden door de twee Duitse 'voormannen', met name of men niet verder van de plek ging dan waar het werk gedaan moest worden. Zodoende zag men wel andere gebouwen, maar wist men vaak niet wat daar gedaan werd. De open houten loods lag wel dichtbij en soms zag er iemand kans om zijn snor te drukken. Er werd dan in de loods geslopen en tussen de camouflage netten een tukkie gedaan. De Duitse voormannen wisten vaak wel waar de tijdelijk vermisten zich ophielden en gooiden dan een paar flinke koperen hulzen op de camouflagenetten in de hoop de slaper te raken.
![]() |
Bij het eindtraject van het spoor stond een zogenaamd kopstation: een stenen gebouw met een perron waar een trein geladen en gelost kon worden. Volgens onbevestigde bronnen was dit gebouw gebouwd op de fundamenten van het laad en los station van het oude smalspoor van voor de oorlog. Dit lijkt niet aannemelijk omdat het vooroorlogse smalspoor-traject niet tot dit gebouw liep. Na de oorlog doorgebruikt als gebouw G. Fotograaf R. de Mos 1993.
|
![]() |
Tevens lag er een magazijn gebouw in de directe buurt met dubbele openslaande deuren. Aan het gebouw bevond zich een balkstructuur om zware ladingen van vrachtwagens te laden en lossen. (Gebouw R1). Fotograaf R.de Mos 1993
|
Het gebouw was van binnen 1 grote ruimte en lijkt daarmee primair bedoeld geweest te zijn voor opslag of technische werkplaats. Wel zat er aan de achterkant een kleine uitbouw met schoorsteen, wat wijst op een verwarming, plus een kleine veranda. Deze uitbouw is bij een na-oorlogse renovatie volledig verwijderd. ook de raampartijen aan de kant van de takel zijn na-oorlogse verbouwingen. De onderstaande reconstructies (door Wouter Boom) geven aan hoe het gebouw er oorspronkelijk uit zag.

In de noordrand van het complex, nabij de ingang vanaf de Amersfoortsestraat lagen nog een paar stenen gebouwen. Volgens een ooggetuigen die daar heeft gewerkt in najaar 1943 waren dat er twee. Een was een zeer klein vierkant gebouw waarvan de muren door dikke
lagen zandzakken waren omringd. Hierin werden blindgangers ontmanteld. Vanwege
het ontploffingsgevaar lag dit gebouw wat afgelegen, was het omringd met zandzakken
en mocht er maar 1 persoon in werkzaam zijn. Er werden hier voornamelijk bommen
die geallieerden vliegtuigen boven de regio hadden uitgeworpen maar niet waren
afgegaan ontmanteld. Meestal werden er meerdere tegelijk met een vrachtwagen
aangevoerd. De laadbak van de vrachtwagen was dan gevuld met zand, waarin de
bommen met afstand van elkaar in lagen. Nadat de ontsteking was verwijderd
werden de bommen weer met dezelfde vrachtwagen afgevoerd.
Tekeningen uit het zogenaamde 'Bunkerarchief (Nationaal Archief Den Haag) van het enigszine afgelegen en verzonken gebouw C21. De ooggetuige had het over zandzakken tegen het gebouw aan. Op de tekening betreft het volledig omgeven door zand. Mogelijk een aanpassing tussen 1943 en 1945.
In een ander, groter gebouw werd volgens de ooggetuige juist munitie gemonteerd. Met name 2 cm Flak patronen met granaten. Door een langwerpig gebouw liep een rolband. Het gebouw bestond uit meerdere compartimenten aan weerszijde van de rolband. Elk compartiment was afgeschermd met een dikke laag zandzakken. In elk compartiment voerde een aantal personen een handeling uit, zoals het verwijderen van het oude slaghoedje van een gebruikte huls. Volgende personen plaatsten een nieuw slaghoedje, vulde de huls met kruit, plaatsten de granaat erop en brachten de ontsteking in de granaat aan. Volgens de ooggetuige werkte zo'n 15 man in dat gebouw.
Volgens het bunkerarchief stonden er in die hoek 3 stenen gebouwen. Ten noorden van gebouw C21 stonden naast elkaar de gebouwen C19 en C20.
C19 was vergelijkbaar met bovengenoemde C21, maar ruim twee keer zo groot, met ramen en nog een extra kamer. Een identiek gebouw stond ook zuidelijk aan de rand van het daadwerkelijk munitiepark. Deze bleef na de oorlog in gebruik als gebouw V26 (Foto dhr Kuijper 1978). De beide gebouwen waren met een aarde wal omgeven en voorzien van een betonnen dak.
Het derde gebouw was C20 en die bestond uit 6 compartimenten van elk 6 meter breed en muren van 3.5 meter hoog. Volgens de beschrijving van de na-oorlogse genie-tekeningen betrof het een bergplaats voor voertuigen. Dat soort beschrijvingen werden gedaan op eigen interpretaties en klopten niet altijd. De gedachte is zeker wel logisch en mogelijk correct, maar het komt ook veel overeen met de beschrijving van de ooggetuige van een gebouw langwerpig gebouw met meerdere compartimenten. Maar dan zou de rolbaan niet door maar voor het gebouw gelopen moeten hebben en klopt de beschrijving niet dat de compartimenten aan weerszijde van de rolbaan lagen. Ook de hoogte van het gebouw wijst eerder op een stalling voor (vracht)wagens dan een werkplaats. Na de bevrijding ontbrak het dak van dit gebouw en waren delen van de muren beschadigd (afgebroken en gescheurd). Dat lijkt te duiden dat het gebouw beschadigd is door een ontploffing van munitie binnenin, of geraakt is bij een bombardement.
Er waren behoorlijk veel veiligheidsmaatregelen genomen bij de verschillende afdelingen van het park. En terecht, want het ging nog wel eens mis. Het laden en lossen van munitie ging vaak snel en ruw, waar bij een ruwe smak wel eens een Flakgranaat afging. Bij de demontage van een blindganger raakte een persoon een deel van zijn hand en zijn vingers kwijt.
Bij het laden van een wagon met Duitse Brandbommen voor verdere transport begon eens bij het plaatsen van de vierde bom in de wagon de bom spontaan te sissen. Gealarmeerd rende de laders weg, waarna de bom inderdaad ontbrande. De vrachtwagen met overige bommen werd snel weggereden en de gereedstaande brandweer bluste het vuur.
Bovenstaande incidenten werden opgetekend aan de hand van verklaringen van een arbeider die slechts een maandje in najaar 1943 op het park heeft gewerkt. Mede door de ongelukken hielden meerdere arbeiders het snel voor gezien. Eentje sloeg opzettelijk met de hamer op zijn vinger, zodanig hard dat vinger flink gekwetst werd. De vinger werd door de Soesterbergse arts Splinter verbonden inclusief mitella. Eenmaal tijdelijk arbeidsongeschikt zorgde hij er voor dat hij elders werk kreeg. Een andere arbeider, uit boerenfamilie uit Hoogland, sneed met een mes een snee in zijn hand. Hierin legde hij een varkenshaar. De volgende dag was zijn hele hand rood en opgezet en werd hij ook tijdelijk arbeidsongeschikt verklaard.
![]() |
Naast de Nederlandse arbeiders bevatte het Munitionslager veel Duits personeel. Toezichters, laders en lossers, transporteurs, administratie, controleurs, voormannen etcetera. Hiernaast een postkaart van een Duitse soldaat van Munitionslager Soesterberg verstuurd naar zijn liefje in Duitsland. Collectie SLS3945 Nadat Fliegerhorst Soesterberg begin September verlaten was als operationele luchthaven en de vliegende eenheden van de Luftwaffe niet veel meer voorstelde, bleef Feld-Luftmunitionslager 7/VI wel operationeel. Nu voor de III. Flakkorps, waarvan de eenheden als grondtroepen ingezet werden, onder andere bij Doetinchem. |
![]() |
Luchtfoto's van het complex in Februari 1945 MW: Drie munitie-werkplaatsen/bergplaatsen nabij de toegang vanaf de Amersfoortsestraat.
D + R: Barakken en loodsen van Demontage en Retourgoederen.
SB: Kleinkaliber Schietbaan
G1: Kopstation, paarse lijn is breedspoor-traject.
R1: Magazijngebouw met takelkolom
S: Vooroorlogs Springstoffen magazijn
B: Barak, later V22.
MP: Noordoostelijk deel van Munitiepark
LW: Agrarisch terrein van de Landwirtschaft.
V26: Eenzelfde munitionshaus als bij MW
![]() |
Kamp van Zeist
Het Munitions Lager achter het Kamp van Zeist werd in 1942 aangelegd. Ten zuiden van de Korndorferlaan maakte de door de Duitsers herlegde spoorweg een T-splitsing, waarvan 1 tak naar het westen boog richting Kamp van Zeist. De spoorbaan kwam uit in de zuidkant van het Kamp, op de grens met de beboste percelen en eindigde bij de boslaan die van Kamps Zeist naar de Wallenburg loopt. Op dit eindpunt bevond zich een houten overslagplaats met takel. Aan een stelsel van boslanen in het bos erachter lagen munitiebunkers verzonken in de grond. In tegenstelling tot het munitiepark op de Leusderhei werden hier geen betonnen wegen aangelegd, maar werd gebruikt gemaakt van de bestaande boslanen. De belangrijkste aan-/afvoer laan, die pal ten zuiden van het Kamp van west naar Oost liep, grotendeels evenredig aan de spoorbaan, werd grondig verhard. Dit gebeurde door puin uit gebombardeerde steden, dat via de trein werd aangevoerd, met een stoomwals over het pad te verspreiden, waarna de zijkanten met de hand met klinkers werden afgewerkt. Ook de laan naar de Wallenburg werd grondig verhard. Overige lanen werden plaatselijk verhard, met name om modderkuilen te voorkomen. Ook hiervoor werd puin gebruikt, en enkele paden werden met sintels (verbrande kolen) verhard.
Het munitiepark strekte zich uit tot en met de woning op de Wallenburg, en de andere woning op de hoek van de laan langs de Wallenburg en het fietspad (Oude Postweg). Op deze punten bevonden zich ook schildwachten, die door middel van veldtelefoons contacten onderhielden. Ver na de oorlog werd bij het kappen van een boom nog een totaal in de boom ingegroeide Duitse veldtelefoon ontdekt.
De administratie van dit munitiepark bevond zich op het Kamp van Zeist, evenals de hoofdingang, het wachtgebouw met veranda. Hier stond een schildwacht van de Luftwaffe. Tevens stond hier een bord met "M. A. St." erop. Dit stond voor Munitions Ausgabe Stelle. Ook waren er twee uitgangswegen naar het zuiden, te weten de weg langs de Leusderheide richting Oud-Leusden/Woudenberg die bij restaurant Bergzicht uitkomt en de laan vanaf de Wallenburg naar Austerlitz toe.
![]() |
Wanneer de gelegerde Luftwaffe-eenheden zich op moesten maken voor een missie (veelal naar Engeland) werden kleine hoeveelheden op door wagens getrokken bom-karretjes vanuit het munitiepark naar de vliegtuigopstellingen vervoerd. De gemotoriseerde kar trok een keten van bomkarretjes, met 1 bom per kar. Soms bestond de keten uit maar liefst 8 karretjes. Vaak zat er dan op het achterste karretje een Luftwaffe-soldaat. Links op de foto het smalspoor. Fotograaf onbekend. |
Het hele bosgebied rond Kamp van Zeist, tot en met de Oude Woudenbergse weg/Krakelingerweg was sperrgebied. Het bos ten westen van de Oude Postweg werd bij tijd en wijlen gebruikt als oefengebied van Duitse eenheden.
Ondanks dat het Verzet de Engelsen op de hoogte stelden van de Duitse activiteiten in het Kamp van Zeist is het Kamp nooit serieus doelwit geweest. Tijdens het grote bombardement van 15 augustus 1944 op vliegbasis Soesterberg heeft één vliegtuig zijn bommen laten vallen op het gebied van het Kamp van Zeist. Deze bommen brachten geen zware schade toe. Verder werd het enige malen beschoten vanuit vliegtuigen, onder andere op 1 februari 1945. Op 6 Januari 1945 wordt na een tip van het verzet een munitietrein beschoten op de Leusderhei net ten zuiden van de Korndorferlaan. Na een voltreffer explodeert de trein en wordt volkomen vernietigd. Wrakstukken van de trein liggen nog jaren na de oorlog in de heide.
Er zijn aanwijzingen dat er opslag van munitie voor grondtroepen zich verplaatste naar de bossen rond de Woudenbergseweg/Zeisterweg en De Treek al dan niet in combinatie met het BetriebsstoffLager "Bela" aldaar.
In de Lage Vuursche wordt vanaf herfst 1944 een nieuw regionaal munitiedepot van de Luftwaffe ingericht. Na Market Garden worden voorraden munitie vanuit het Zuiden aangevoerd via de haven van Hilversum en het spoor van Bilthoven/Den Dolder. Deze munitie werd redelijk primitief in het beboste gebied langs lanen opgestapeld. Dit betreffen voornamelijk kisten munitie en granaten. De werkzaamheden worden voornamelijk uitgevoerd door Italianen en Russen gedwongen in Duitse dienst.
April 1945 worden gebouwen op de vliegbasis opgeblazen en ook het munitiedepot in de Lage Vuursche wordt deels opgeblazen door de Duitsers zelf. In de zelfde periode zijn geen activiteiten op het Munitionslager Soesterberg waargenomen en nadien ook geen munitie aangetroffen, wat het vermoeden sterkt dat het in de laatste oorlogsmaanden geen dienst meer heeft gedaan. Enkel grote hoeveelheden achtergebleven betonnen oefenbommen van
de Luftwaffe lagen her en der nog.
![]() |
Dit waren betonnen oefenbommen met stalen staartvinnen. In de uitsparingen zaten glazen capsules met een chemische substantie die rook gaf als de capsule bij inslag kapot brak. Ze werden beschermd met en houten dekseltje. In de jaren na de oorlog werden ze veel gebruikt als hoekpalen bij bospaden en wegen rond de Leusderheide. Fotograaf R. de Mos 1994
|
De munitiebunkers in de bossen achter Kamp van Zeist werden vrij snel opgeruimd. De bakstenen werden afgebikt en hergebruikt voor de wederopbouw. De verhardingen in de wegen zijn de enige zichtbare sporen.
De structuur van betonnen wegen van het munitiedepot op de Leusderheide werd in gebruik genomen voor de voertuigendump. Bij de aanleg van het Mobcomplex in de jaren 50 verdween een groot deel van de structuur van het Munitionslager complex aldaar.
Op onderstaande landkaart uit 1951 is de hele munitionslager structuur nog goed te zien. In lila de twee munitieparken aangegeven, waarbij in rood de betonnen wegen. In paars delen van het spoor-traject nog te zien.

Op een luchtfoto (NIMH) uit 1954 is goed te zien dat door de aanleg van het Mobcomplex het hele terrein behoorlijk op de schop is gegaan. De vier oorlogse gebouwen aangegeven met de na-oorlogse gebouwaanduiding.

In de Koude Oorlog werd de Leusderheide een belangrijk oefenterrein voor tanks en werd het grotendeels letterlijk en figuurlijk omgewoeld. Het stelsel van betonnen wegen en munitiebunkers op de Leusderheide is in die decennia na de oorlog vrijwel geheel verdwenen. Al vrij snel werden de munitiebunkers ontmanteld en de materialen hergebruikt voor de wederopbouw. De betonnen wegen werden deels opgeruimd en deels verdwenen ze onder een laag zand en begroeiing. Bij aanleg van tankbanen en andere grondverzettingen kwamen en komen nog altijd restanten van een verleden tijd aan het licht. Een geoefend oog kan dan nog altijd resten van de tijd van het munitiepark ontdekken.
Foto linksonder: Een stuk betonnen weg wat rond de milleniumwisseling bloot kwam liggen nadat een perceel kaal gerooid was.
Foto rechtsonder: Een kaal liggend stuk betonnen weg toont aan dat het betreffende bospad een traject was van het munitieopslag-terrein. Het traject is onderbroken en afgebroken op een plek waar een grote tankbaan kruist.

Foto linksonder: stukken fundering van een munitiebunker die in de grond was blijven zitten alsnog bovengekomen bij de aanleg van en tankbaan in de jaren 90.
Foto rechtsonder: Kluwen gegalvaniseerde strippen ijzer van de bliksemafleiding van een munitiebunker uit de grond getrokken en langs een tankbaan achtergelaten.

Foto linksonder: U-vormige wal van munitie-opslagnis aan de rand van het mob-complex.
Foto rechtsonder: Bij het bouwrijp maken van de grond voor de nieuwbouw aan de Kolonel van Royenweg 110D schijnen ook de nodige overblijfselen van het munitiecomplex boven te zijn gekomen. Logisch, want op dat terrein lagen de munitiebunkers ook. Helaas lijkt het erop dat dat niet historisch is onderzocht en vastgelegd. Op een Google Map foto uit die periode twee gemetselde fundamenten van munitiebunkers die op dat moment zichtbaar waren.















