Hoogte 50 / Feldluftpark Gruppe B / Voertuigpark


Naast de Dumoulinkazerne werd ook Kamp Hoogte 50 door de Duitsers in gebruik genomen. Reeds in de zomer van 1940 betrokken Luftwaffe eenheden de houten gebouwen van het kamp. In eerste instantie waarschijnlijk als tijdelijke onderdak voor Baukompanie-eenheden die betrokken waren bij de werkzaamheden aan de kazerne, de munitie-opslag en de Flakstelling op de Leusderheide nabij de Richelleweg. Kampopzichter Sergeant-Majoor der Genie A.W. Kooman moest daarvoor op 24 juli 1940 zijn dienstwoning op het voormalige Geniekamp verlaten.
 
De luchtfoto onder uit 1932 geeft goed de ligging van het Kamp Hoogte 50 aan. In het noorden loopt bij de 'A' de Amsersfoortsestraat. Op het gearceerde perceel werd een aantal jaren later de nieuwe Geniekazerne gebouwd. Rechts van dat perceel de toegangsweg vanaf de Amersfoortsestraat naar het Kamp. Langs die weg een grote loods (L) die er ook nog in de oorlog stond. Bij de K de dienstwoning van Kampopzichter Kooman met pal ten zuiden ervan de smalspoorlocomotief loods en schijvenloods. Rechts daarvan het Militair Tehuis, links de Onderofficierscantine. Te zuiden daarvan het Officierscasino. Midden-onder in de foto het tentenkamp en rechtsonder het smalspoortraject naar het oefenterrein op de Leusderheide (bron foto NIMH, met aanpassing door SLS39-45).
 


Foto linksonder: Duitse Luftwaffe militairen in het eerste oorlogsjaar bij de toegangsweg vanaf de Amersfoortsestraat naar Kamp Hoogte 50, met het vooroorlogse verwijsbord nog op zijn plek. Foto rechts dezelfde militairen in de heide bij het 'Beutelager'.



 

In de loop van 1940 en 1941 werd het kamp omgebouwd naar een logistiek complex, met werkplaatsen, stallingen en magazijnen: het werd Feldluftpark B (Lager Bezirk B4), onderdeel van Feldluftpark 5/III (Holland). Feldluftpark 5/III was een overkoepelende organisatie van ondersteunde diensten met betrekking tot de Fliegerhorsten te Nederland.
De staf zetelde in Soesterberg en Amsterdam. Ondanks dat de staf en veel eenheden gevestigd waren in Soesterberg en directe omgeving, had deze eenheid niet specifiek te doen met Fliegerhorst Soesterberg. De organisatie-structuur volgde een algemene structuur die gold voor meerdere Feldluftparken die over Duitsland en bezet Europa verspreid waren. Door de loop van de tijd veranderde die structuur en benamingen verschillende keren, maar het principe was en bleef hetzelfde zoals die in zomer 1942 was:

Kommandeur Feldluftpark 5/III Holland gevestigd te Soesterberg (Oberst van Schramm en zijn Adjudant Hauptman Peters)

Gruppe Organisation gevestigd in Amsterdam. Dit waren de leidinggevende officieren van de verschillende sub-onderdelen (Org. 1 tot en met 4, plus Org 1 – Transport en Org. 4 – Luftminen) plus ondersteunende stafdiensten zoals Kas, Boekhouding, Tekenkamer, Verwaltung.
Tevens vielen hier ook onder een Transportgroep en Nachschub- en Landesschutzkompagnieën.
Onderliggende eenheden bevonden zich onder andere in Soesterberg, maar ook in plaatsen van Gilze Rijen, Loon op Zand, Udenhout, Utrecht/Honswijk en Amsterdam.

Daaronder waren er 4 operationele Gruppe:

FLP 5/III Gr. A -> Soestduinen – Fliegerisches gerät (voorheen Gruppe II)

FLP5/III Gr. B -> Soesterberg – Bodengrät / Allgemeines gerät

FLP 5/III Gr. C -> Utrecht – Flakgerät en werkplaatsen

FLP 5/III Gr. D -> Utrecht - Zerlegebetrieb

FLP 5/III Gr. E -> Honswijk


Gruppe B (voorheen Gruppe III) had in Augustus 1942 onder leiding van T. Insp. A K. Thumm de volgende sub-onderdelen onder zijn hoede:

– Handwapens, Machinegeweren en wapenmeesterapparatuur
– Verlichtingsmateriaal, graafgereepschap, werkbouwapparatuur, gereedschap, tenten
– Vliegtuigbedieningsapparatuur.
– Zendapparatuur, seinmiddelen en schrijf- en teken-middelen
– Hospik- en gasbeschermingsmateriaal
– Bedrijfsmiddelen en Werkstoffen (zoals stof, verf, brandstof)
– Beeldapparatuur
– Motorvoertuigen

 

Het voor-oorlogse kamp bestond vrijwel volledig uit houten gebouwen (barakken voor administratie en tijdelijke legering, kantines, veldhospitaal, loodsen, werkplaatsen, opzichterswoning) en een stenen kampwachterswoning ter hoogte van Ons Belang. Een deel van de oude bebouwing werd behouden en daarnaast werd een veelvoud van stenen gebouwen gebouwd over het gehele terrein vanaf Kamp Hoogte 50 pal ten zuiden van de Dumoulin-kazerne naar het westen; ten zuiden van de woonwijk Ons Belang tot aan de Richelleweg, De toegang naar het complex ging vanaf de Amersfoortsestraat over de zijweg die langs de Dumoulinkarne liep. De kazerne en het FeldluftPark waren twee gescheiden complexen met elk hun eigen ingang. De in 1938-1939 reeds geplande kazerne-bebouwing ten zuiden van de Pavljoengebouwen werden echter uit het kazerne-complex gehouden en onderdeel van het Feldluftpark. Een nieuw wachtgebouw in Duitse Heimatstijl vormde de ingang en met tevens een doorgang van de kazerne naar het FeldluftPark.

 

Foto linksonder: Het 3-delige Magazijn/Werkplaats/Garage-gebouw dat in de Duitse tijd buiten het kazerne terrein viel, maar duidelijk de bouwstijl heeft van de DuMoulin-kazerne en dat tegenwoordig weer bij de kazerne hoort. Naast dit gebouw stonden 2 grote houten barakken uit de periode van de bouw van de kazerne. Foto rechtsonder: Overblijfsel van zo'n barak in de jaren 90, gehalveerd doordat een deel verwoest werd tijdens een bombardement. Inmiddels is dat gebouw gesloopt. (Beide foto's R. de Mos, collectie SLS39-45)

Linksonder: Nog een voormalige vooroorlogs houten barakgebouw. na de oorlog verbouwd met deels bakstenen muren en in gebruik genomen als wachtlokaal van de zuidelijke ingang van het kazerneterrein. Daaronder nog een gehalveerde barak, D27. Het (door de Duitsers) versteende gedeelte wat overbleef nadat de rest verloren is gegaan bij een brand in 1947. (foto's R. de Mos, collectie SLS39-45). Foto rechtsonder: Het Duitse wachtgebouw aan de zuid-oost kant van de kazerne bij de ingang van het Feldluftpark. Media jaren 70 afgebroken (Slechte kopie van foto Collectie DuMoulinkazerne jaren  90, helaas het enige beeldmateriaal van dit gebouw in ons bezit)



Aan de Noordwest-kant verschenen een tiental garages/werkplaatsen voor motorvoertuigen. Dit waren langwerpige stenen gebouwen, verdeeld in een aantal boxen/compartimenten. Elk compartiment was voorzien van een poortvormige ingang met twee open te klappen deuren waar een voertuig in paste. Deze gebouwen varieerden van grootte. Aan de Noordwest hoek richting Richelleweg stonden 5 grote gebouwen (latere nummers O3, O9, O10, O11 en V15), met ieder 10-13 compartimenten. Dichter bij de kazerne nog 4 kleinere met 3 tot 7 compartimenten (V5, V16, V17, V18 en V20).

 

Foto links; Gebouw O10 vlak voor afbraak in 1978 ten tijde van nieuwbouw OCTD-kazerne. Dit gebouw was Haus 24 in de Duitse tijd en had een eigen ketelhuis in de aanbouw die voor verwarming van dit pand en naastgelegen pand Haus 25 zorgde (Fotograaf L. Kuijper, via Gemeente Archief Soest). Foto rechts gebouw V15, thans omgebouwd tot museum. Enkele van deze grootste panden hadden naast de voertuig-compartmenten een kantoorruimte aan de zijkant. Naast Duitse opschriften op de buitenmuren en Rauchen Verboten binnenin, waren er jaren later ook nog andere sporen uit de oorlog terug te zien, zoals een kogelinslag van een luchtaanval (fotograaf R. de Mos, collectie SLS39-45).


 

Onder het kleinse compartimentengebouw, V5. De oorspronkelijk 4 compartmenten in dit pand hadden een smeerput, zodat er onder de auto gesleuteld kon worden. De ramen aan de achterzijde van het pand konden gesloten worden met houten luiken. Alle panden hadden dit, maar de meeste luiken zijn na de oorlog verwijderd, 

  

 V16 en V17 waren twee identieke panden met 7 compartementen, die pal naast elkaar stonden. Ook bij deze panden is de markante Duitse camouflage nog altijd zichtbaar.

  

V18 is spoedig na de oorlog verbouwd: 3 compartementen zijn gebleven voor de Terreins-brandweer en 4 compartmenten zijn verbouwd voor de Optische Instrumenten Afdeling. Ook aan de achterzijde zijn de kleine Duitse raampjes vervangen voor grotere raampartijen.

  

 

Ook gebouw V20 is na de oorlog verbouwd, waarbij het middendeel verhoogd is en het gebouw is veranderd in een kantoorgebouw met extra raampartijen. Dit gebouw had een reeks oplopende nummers op de achtermuur staan en meerdere beschrijvingen, zoals Nachlauf en Anlass.

 


Foto linksonder (Collectie SLS39-45 via dhr De Graaf): Twee Nederlandse burgers in Duitse dienst en een Duitse Luftwaffe gefreiter bij twee personenwagens voor 1 van de karakteristieke gebouwen. Interessante details: Camouflageverf op de deur en camouflage (jutte/heide) door middel van latten op het dak.
Het nummerbord met WL refereert aan de wagen in gebruik door de Luftwaffe. Foto rechts: Dezelfde WL afkorting geschilderd op 1 van de gebouwen, samen met nummers refererend aan compartimenten. (Fotograaf R. de Mos, collectie SLS39-45)




Aan de noordgrens van het terrein verscheen een gebouw dat dienst deed als acculaad-station (G12). Hier werden de accu's van motorvoertuigen gerepareerd, gevuld en opgeladen. De muren en de vloer aan de binnenkant van het gebouw waren voorzien van glazuren tegels die tegen eventueel lekkend accu-zuur waren bestemd. Na de oorlog werd dit gebouw uitgebreid met een nieuwe aanbouw en kreeg het gebouwnummer G12, De oorspronkelijke Duitse benummering Haus 12 is altijd nog zichtbaar aan de kopse kant van het oorspronkelijk gedeelte van het gebouw. (Foto's R. de Mos, collectie SLS39-45).




Ten zuiden van het acculaadstation verscheen midden op het complex een magazijn-gebouw met los- en laad- mogelijkheden (V3). Aan het gebouw zat aan beide kanten een perron, waar vrachtwagens gelost en geladen konden worden. Deze perronnen stonden aan een etage op de begane grond. Onder het gebouw bevond zich eveneens een ruimte. Een schuin aflopende afrit verschafte ook hier gemak voor laden en lossen. Dit gebouw werd opgetrokken en gecamoufleerd als zijnde een melkfabriek.


Zwart-wit foto's onder: het betreffende gebouw tijdens de renovatie in 1981.Het gebouw loodrecht op de kopse kant is na-oorlogse nieuwbouw. (fotograaf L. Kuijper, via Gemeentearchief Soest).
Kleurenfoto's daaronder van het pand in de jaren 90. Duidelijk is te zien dat de structuur hetzelfde is gebleven. Op de muren nog de originele Duitse gebouwbenummering, met groene verf bedekt. De toren-achtige verhoging is bij de renovatie verdwenen. (Fotograaf R. de Mos, collectie SLS39-45).


   

  



Iets ten noorden van dit gebouw werd door de Duitsers een ondergrondse bunker aangelegd (V4). Waarschijnlijk had deze een functie als schuilplaats bij luchtaanvallen.

Aan de zuidzijde bevonden zich drie grote magazijn gebouwen (V9, V11 en V13). Deze waren, eveneens als camouflage, in de vorm van grote boerderijen gebouwd. Deze stijl werd ook op logiegebouwen in de Waldlagers van Huis ter Heide, Soestduinen en de Paltz toegepast en gebouwen in deze vorm zijn nog altijd terug te vinden op en rond verschillende door Duitsers gebruikte vliegvelden (o.a. Deelen). De boerderijen werden gebruikt voor de opslag van voorraden.

De muren waren opgebouwd uit dikke lagen bakstenen. Deze waren bomscherf-bestendig. Het plafond, tevens zolderverdieping bestond uit een dikke laag beton die ook bombestendig moest zijn. Op deze manier zou bij eventuele bomaanvallen of beschietingen de schade beperkt blijven tot het dak en de inventaris op de zolder-verdieping. De vloeren waren gemaakt van een soort surrogaat-linoleum: een mengeling van zaagsel met hars. De meest zuidelijke 'boerderij' (V13) lag verder afgelegen dan de meeste andere gebouwen onderling. Mogelijk werden hier ontvlambare en explosieve goederen opgeslagen, zoals olie, benzine, lijm en gasflessen. Bij een eventuele voltreffer zouden de explosies en brand dan geen schade kunnen brengen aan de verder gelegen gebouwen.

 

Foto's onder respectievelijk Gebouw V9 en V11 (destijds Haus 17) in 1978 (Fotograaf L. Kuijper, via Gemeentearchief Soest).
Daaronder foto's van gebouw V11 in de jaren 90 van buiten en van binnen. Aan het grote boerderij-achtige pand zat een bijgebouw met kantoorruimte, voor de bijbehorende administratie van voorraden, innames en uitgiften.

  

  

  


Eveneens aan de zuidkant stond nog een oude houten jaren 30 barak uit de jaren 30. Vermoedelijk een barak van het voormalige Hoogte 50 kamp, al dan niet verplaatst. Dit pand (V22) stond het dicht bij de Leusderheide. Een groot stuk terrein van de Leusderheide grenzend aan het complex werd gebruikt door de Landwirtschaft-afdeling van de Luftwaffe voor agrarische doeleinden. Aan de rand van dit terrein stonden in de directe omgeving nog enkele gebouwtjes voor stalling van tractoren en ander agrarisch materiaal.


Foto onder: De versteende barak V22 in 1978 (fotograaf L. Kuijper, via GemeenteArchief Soest).



 

Ten zuiden van de zuidelijke boerderij (V13) kwam de waterafvoer van het complex uit. Door het looswater ontstond er een geul in het zand die met de loop van de tijd steeds groter en dieper werd.


Voor de warmwatervoorziening/verwarming op het park werd een apart ketelhuis gebouwd (V7), vastgelegd in 1978 door L. Kuijper en in 1982 door Dik Top. De toren ernaast (V8) is luchtwachttoren uit de Koude-Oorlog periode van de jaren 50.


 

 

Pal ten noorden van het ketelhuis was eveneens een klein gebouw neergezet (V6). Vermoedelijk was dit bedoeld om als transformatorhuisje gebruikt te gaan worden, maar is dat nooit daadwerkelijk gebeurd. Het transformatorhuisje van de DuMoulinkazerne verzorgde ook de electriciteit voor het voertuigenpark. Mogelijk deed het gebouwtje dienst als entgiftungsraumte.


De militaire bezetting van het voertuigenpark bestond uit Luftwaffe militairen. Vermoedelijk had de vaste bezetting onderdak in de Dumoulin-kazerne en/of villa Hemalie aan de Amersfoortsestraat. Daarnaast was er onderdak op het kamp zelf voor tijdelijke gasten (FLP Behelfs. Gast.), In de werkplaatsen werkten voornamelijk Nederlandse burgers in Duitse loondienst. Waar tijdens de bezetting een deel van de bevolking uit principiële overwegingen niet voor de Duitsers wilde werken, hadden anderen er minder moeite mee om het beste er maar van te maken. De Duitsers betaalden redelijk goed en het was een mogelijkheid om dicht in de buurt te blijven werken. Het was in ieder geval beter dan in het kader van ArbeitsEinzats verplichte arbeid te doen in fabrieken in Duitsland. De Duitse militairen hadden functies als beheerders, opzichters, administratie en dergelijke. Dit waren voornamelijk Luftwaffe militairen, maar mogelijk ook NSKK manschappen.

Gedurende de oorlog bleef de voormalige Onderoffciers-kantine uit de jaren 30 gespaard en is het aannemelijk dat het een kantine bleef voor de arbeiders op het terrein te lunchen.

De dienstwoning van Kooman is ergens tussen April 1941 en Mei 1945 afgebroken. Volgens een niet nader bevestigde bron zou het door een bom getroffen zijn tijdens een bombardement.
De stenen kampwachterswoning ten zuiden van Ons Belang bleef wel bespaard. Deze stamde uit de 19e eeuw en was decennia lang het oudste militaire pand va het terrein, tot het in 1977 gesloopt werd. Vlak voor de sloop vastgelegd door Dhr. Kuijpers. Foto genomen vanaf het Zeisterspoor naar het noorden. Tussen de woning en de Romneyloodsen is op de achtergrond een deel van gebouw O9 nog zichtbaar.  


  

 

De volgende luchtfoto uit 1944 met legende geeft een overzicht van wat tijdens de oorlogsjaren FeldluftPark Gruppe B was. 


  Foto links Luchtfoto 1944

W = Wachtgebouw
L = vooroorlogse loods
K = Plek voormalige Kampwachterswoning
A = Houten gebouwen 1939-1940 na oorlog verplaatst bij aanleg Zeisterspoor/
OO = O.O.-cantine
D = gebouwen later onderdeel DuMoulinkazerne
V = gebouwen op terrein latere Voertuigpark
O = gebouwen op latere OCTD-kazerne.
O2 = Voormalige kampopzichterswonng.
? = waarschijnlijk nog een voertuigloods, gesloopt tijdens aanleg Zeisterspoor (??)
Mist op de foto de 2 meest westelijke voertuiggebouwen O3 en O9.
 
Bron foto: Topografische Dienst Emmen. Index door SLS39-45.


N.B. 1: De voormalige garage van Leguit op de hoek Amersfoortsestraat en Richelleweg werd ook een garage/werkplaats voor Duitse voertuigen, maar stond los van het Feldluftpark-complex: Er was een Nederlandse ondernemer in gevestigd die in dienst van de Duitse Wehrmacht autoreparaties uitvoerde. In Januari 1944 stond bij de betreffende garage het bord HKP 031 (Heereskraftfahrpark 031). Tevens stond er 100 meter dieper op de Richelleweg nog een bord met HKP 022, vermoedelijk refererend naar de voormalige Tempo-fabriek.

N.B. 2:  Verschillende recente publicaties noemen het complex onterecht een NSKK-kamp.


Na de bevrijding

Tot aan de bevrijding bleef het Feldluftpark sperrgebiet en pas na het intrekken van de Engelse troepen brengt een ploeg van het Soesterbergse verzet met hun brandweerauto een bezoek aan het terrein. Aan de rand van de Leusderheide achter de DuMoulinkazerne treffen zij talloze provisorische gevechtsonderkomens aan, gemaakt van aarde, hout en golfplaten. De Duitse gevechtstroepen zelf bevinden zich er niet meer, maar overal liggen nog achtergelaten etensblikken en uitrustingsstukken.


Spoedig nemen eenheden van het Engelse Leger intrek in het complex, halverwege Mei afgelost door Canadezen eenheden. Het terrein werd onder andere gebruikt voor het verzamelen en onklaar maken van Duits oorlogsmateriaal.
Een deel van het terrein werd door bemiddeling van het Militair Gezag overgenomen. Hier werd de zogenaamde dump gevestigd. Voertuigen vanuit de wijde omgeving werden hier verzameld voor de verkoop. Dit werk behoorde toe aan de Directie der Domeinen van het ministerie van Financiën. De voertuigen werden gestald op de betonnen weggetjes van het nabijgelegen voormalige munitiecomplex.


Foto links: een Canadese muurschildering in Gebouw V13: Een schone franse dame met een mandje in haar hand en twee soldaten die afvragen 'Wonder if she's got any eggs in this basket'. In een ander pand was een andere Canadese muurschildering, waarop een kok met een braadsel te zien is en een soldaat vraagt 'Have you seen my pet?'. Foto rechts de voertuigendump.

 

  


Nadat de Canadezen in december 1945 waren vertrokken werd het park in 1946 in gebruik genomen door het Nederlandse leger als Voertuigenpark.

Het grootste gedeelte van het oude Duitse logistieke park werd in gebruik genomen door het onderdeel R.E.M.E. van het nieuwe Nederlandse leger. Dit onderdeel kwam voort uit het Britse leger, de letters staan voor Royal Electrical and Mechanical Engineers.. Dit onderdeel zorgde voor herstel en onderhoud van materieel, de latere Technische Dienst. De officiële Nederlandse naam van de REME was aanvankelijk Directoraat Technische werkplaatsen. Op 1 februari 1946 werd dit veranderd in het Directoraat RIMI. RIMI stond voor Reparatie Inrichting en Materiaal Inspectie. Het verwees duidelijk naar de ingeburgerde naam REME, op zijn Engels uitgeproken.

Het complex kreeg de naam 1e Voertuigenpark Soesterberg, ook wel bekend als Kamp Soesterberg. Hierbij ondergebracht was een hoofdwerkplaats, danwel rayon-werkplaats. Het 2e Voertuigenpark van de RIMI was in Stroe gevestigd. De commandanten van 879 Werkplaats RIMI te Soesterberg waren o.a. 1e luitenant J.W. Nefkens, kapitein J.J.W. Veenendaal en kapitein A. Scheper.

Toen de gebouwen in gebruik werden genomen, verkeerde zij nog in dezelfde staat als dat de Duitsers ze gebruikten. Zelfs het latwerk met camouflagenetten lag nog op de loodsen. In de loop van de tijd werden veel gebouwen toch verbouwd. Zo moesten door de inferieure kwaliteit van het hout uit de oorlogstijd, de meeste daken vernieuwd worden. Ook werden meerdere loodsen verbouwd en werden er kantoorruimten in gemaakt. Tevens werden er in de jaren 50 en 60 talloze andere panden nieuw gebouwd.


Foto's onder: Nederlandse personeel, waaronder jonge mannen uit het dorp Soesterberg, op de Rayons-werkplaats van het 1e voertuigenpark in de na-oorlogse jaren. (Collectie SLS39-45 via Dik Top en T. Knoops)

 

 

 

Het gebied werd rond 1952/1953 gesplitst door het Zeisterspoor. Deze weg van betonplaten verving het oude fietspad naar Leusden. De Noordwestelijk gelegen loodsen werden in gebruik genomen door het O.C.T.D., het OpleidingsCentrum Technische Dienst. Op 24 Juni 1992 werd dit complex omgedoopt in Soldaat Ketting Olivier Kazerne, als posthuum eerbetoon aan deze soldaat van de Technische Dienst die op 15 februari 1951 zijn moedig optreden in de strijd in Korea met de dood moest bekopen.