Landwirtschaft Hertenlaan

LANDWIRSTSCHAFT COMPLEX HERTENLAAN
 
Door Richard de Mos, 2026, met dank aan Theo van den Hoven en Wouter Boom.
Historisch fotomateriaal: T. van den Hoven. Foto's 2026: R. de Mos. Genietekeningen: Nationaal Archief Den Haag.

Naast het gebruik van Kamp van Zeist, had de Landwirtschaft ook een gebouwen complex bij de Hertenlaan te Den Dolder. Tussen de start- en rolbanen van de Fliegerhorst werd stukken in gebruik genomen voor agrarische doeleinden. Zo werden er aardappelen en rogge verbouwd. Het complex aan de Hertenlaan zal ter ondersteuning van de activiteiten op die velden geweest zijn.
Het werd gevestigd op het terrein waar voorheen in de 19e eeuw de Hoeve der Veeartsenijschool gevestigd was van de Utrechtse hoogleraar dierengeneeskunde Alexander Numan.
Die hoeve en houten bijgebouwen, driestland en bouwland gingen in de loop van de 19e eeuw over naar verschillende eigenaren en in de jaren 30 werd er in de directe omgeving het villapark Boschwijk gebouwd. Het perceel van de voormalige Hoeve werd Hertenlaan 23. Al vrij vroeg in de oorlog werd de Hertenlaan en directe omgeving, dat aan het vliegveld grensde, gevorderd door de Duitsers. En zo ook dit terrein van Hertenlaan 23.
Bij de lokale bevolking bestond het bekend als een complex voor ossen. Er werden ossen gezien, die soms door een herder naar de omgeving van Kamp van Zeist werden gedreven en daarna weer terug.  De woeste heidegrond rond Soesterberg had flinke ontginning nodig en ossen zijn een bekend hulpmiddel hierin voor zwaar ploegwerk. Ook waren ossen een geliefd veesoort voor vleesproductie.
Ook de zaken die na de bevrijding aangetroffen werden ondersteunen de verhalen over ossen.

Naast een aantal bestaande vooroorlogse gebouwen op het terrein bouwden de Duitsers er zelf ook één en ander. Tekeningen van de Nederlandse Genie van de jaren na de bevrijding geven hier inzicht in. De volgende door de Duitsers aangelegde structuren werden aangetroffen en vastgelegd.
- Een uit twee compartimenten bestaande schuur-stal gebouw
Een 'woon-schuilverblijf'
Een toren bestaande uit drie silo’s met overkapping van hout en riet.
- Drie betonnen grasputten

Uit ons nader onderzoek lijkt het complex voorts bestaan te hebben uit:
De vooroorlogse woning op het perceel (bij buurtbewoners ook wel bekend als ‘het boswachtershuis’)
Een vooroorlogse houten schuur/werkplaats
Een grote stal, door een bom verwoest in 1944
- Een houten keet/kippenhok
 
Op onderstaande luchtfoto uit April 1945 een overzicht van het complex.
 
  Legenda:

HL = Hertenlaan
W = Woning Hertenlaan 23
HW = Houten woning Hertenlaan 21
H = Houten vooroorlogse schuur
SS = Schuur-Stal gebouw
S = Silo-toren
GP = 3 Grasputten
L = Loods, op deze foto voor 75% vernietigd
WB = ‘Woon-schuilplaats’
HK = Houten keet / Kippenhok (?)

Schuur-stal gebouw.

Dit bakstenen-gebouw bestond uit twee compartimenten: een schuur van circa 20x10 meter en een stal van circa 23,5 bij 8,50 meter.

Aan de kopse voorkant van het gebouw zat een voordeur die leidde tot een halletje met aan weerszijde 2 kamers en een doorgang met een dubbele deur naar een grote kale schuur. Het geheel was gebouwd van witte kalkstenen. De vloer was betegeld met keramische gelige vloertegels, waarbij er een hele lichte afhelling was naar een rij donker roodbruine vloertegels als een soort ondiepe ‘grup’.

Aan de achterzijde van de schuur kon men via een doorgangsdeur in de stal komen. Deze had een middenpad met aan weerzijde troggen. Aan de binnenmuren zaten stalen ringen om het vee aan vast te binden.

Drie-dimensionale tekeningen van het gebouw door Wouter Boom aan de hand van de Genietekeningen uit de periode 1946-48.

 

Het gebouw begin jaren 60 in originele staat gezien vanaf de kopse voorkant, met de dakkoekoek en stalen ringen aan de zijgevel te zien:


 
Links hetzelfde gebouw uit dezelfde hoek gefotografeerd na een renovatie in de jaren 60. De dakkoekoek is verdwenen en er is een dubbele deur in de zijgevel aangebracht. Rechts het gebouw anno 2026.
 
 

In 2026 nog stille getuigen van de oorlogse functie van het gebouw. Links; Originele vloer in het schuurgedeelte. Midden: Eén van de ringen nog aanwezig op de buitenzijgevel. Rechts: Eén van de ringen aan de binnenmuur van de stal.
 
  
 
Linksonder: Originele dakspanten in het schuur-stal gebouw. Rechtsonder: Zuidzijde stal-gedeelte anno 2026; De grote klapdeuren aan de rechterkant is één van de na-oorlogse aanpassingen, maar de authentieke structuur van het gebouw is nog altijd goed te zien.
 
 
 

‘Woonschuilplaats’:

Door de genie werd dit gebouw als woon-schuilplaats aangemerkt. Een gebouw met meerdere vertrekken, waaronder verblijfsvertrekken. Opgetrokken uit 22 centimeter dikke bakstenen muren en met een plat betonnen dak. Met deze zeer beperkte dikte van muren en de hoeveelheid grote ramen en deuren kan je het niet echt een bunker noemen. Het heeft in concept meer weg op het Landwirtschaftsgebouw wat de Duitsers bouwden op Kamp van Zeist.

De ingang aan de voorgevel waren twee dubbele deuren die uitkwamen in een grote vierkante ruimte die 1/3 van het gebouw besloeg. Dit vertrek had een betonnen vloer. Daarachter meerdere vertrekken die van binnenuit, maar ook via zijdeuren te benaderen waren. Het middenstuk had een vloer van rode tegels. Het achterste gedeelte had een houten vloer en een schoorsteen die wijst op verwarming in dit achterste gedeelte. Het lijkt een combinatie van magazijn/stalling, werkplaats en verblijfsgebouw geweest te zijn, net als het gebouw op Kamp van Zeist.

Op het platte betonnen dak was nog een houten dak geplaatst. Deze was na de bevrijding verdwenen, zo meldden de Genietekeningen. Ook de houten vloer was uitgesloopt. In het tweede gedeelte van het gebouw was er een gat van 125x75 cm in het betonnen dak waar hoogstwaarschijnlijk een houten trap toegang gaf tot de zolderverdieping.

Impressie door Wouter Boom op basis van de Genie-tekeningen (met weglating van het betonnen plafond):

 

Twee wat onduidelijke foto’s tonen hoe het gebouw begin jaren 60 erbij stond. Aan de hoge schoorsteen is te zien dat er nog een bovenverdieping op heeft gestaan.

  

Linksonder: Het gebouw in de jaren 70, na renovatie. De meest rechter schoorsteen is de originele bij het oorspronkelijke verblijfsgedeelte.
Rechtsonder: 
Het gebouw (van de andere zijde genomen) in 2026. De zijaanbouw is na-oorlogs en er zijn wat aanpassingen aan de ramen gedaan. Aan de bakstenen-plaatsing is te zien dat de punt van de voorgevel later is toegevoegd op het platte dak.

 

Silogebouw

In de zuidwest-hoek van het terrein werd een silo-gebouw geplaatst. Dit bestond uit 3 silo-torens opgebouwd uit bakstenen, voorzien met een houten bovenbouw met luiken en een rieten dak. Dit was naar een in de jaren 30 veel voorkomend Duits Zegelstein-silo model. Een identiek exemplaar werd ook bij het Landwirtschaft complex bij Kamp van Zeist gebouwd. Een andere variant stond ook bij Flugplatz Haamstede, waar ook ossen gehouden werden. Deze silo's werden gebruikt om in de zomer geoogst groenvoer op te slaan als wintervoer voor het vee. In de genietekeningen worden ze bestempeld als 'gras-silo's' en 'groen-silo'.
Volgens een ooggetuige zou het een Flaktoren geweest zijn vermomd als silo, waarbij de luiken opengeklapt werden bij naderend luchtgevaar om de luchtdoelmitrailleurs eruit te steken. Gezien de functie van het complex zal dit niet het primaire doel van de silo geweest zijn. 

Genietekeningen van de oorspronkelijke silo. Op deze tekening zijn de houten luiken niet weergegeven. Op de tekening  van de silo bij Kamp van Zeist wel.
In de betonnen vloer die onder het maaiveld lag zat een rooster met afwateringsgat. Het gevaarte was een 8 meter breed en een 11-12 meter hoog.

  

Na de jaren 40 werd de silo gerenoveerd, waarbij er muren bij gemetseld werden tussen de torens en de houten opbouw vervangen worden door een nieuw simpelere rieten dak. Op onderstaande foto's uit de jaren 70-80 nog te zien, voordat hij bij de aanleg van het Overtoom bedrijfsgebouw gesloopt werd.

  

 Een stukje achter de silo waren ook 3 zogenoemde grasputten aangelegd. Dit waren betonnen/cementen ringen verzonken in de grond met een doorsnee van 1.80 meter. Een put bestond uit drie van die elementen op elkaar van 105 centimer hoog elk, voorzien van enkele kleine gaten. Waarschijnlijk heeft hier nog een houten opbouw op gestaan. In de jaren 30 was dit een manier om graskuil op te slaan. Het gras bovenop drukte met het gewicht op het gras eronder wat daardoor zijn vocht verloor en daarmee geconserveerd werd voor wintervoer. Ook werden dit soort kuilen gebruikt om voederbieten en ander veevoer te conserveren.

Afbeelding links de genietekeningen van de grasputten. Foto midden een voorbeeld van het internet van grasput gebruik in de jaren 30. Foto rechts de overblijfselen van uitgegraven grasputring zoals die anno 2026 nog op het terrein ligt.

  

De grote loods zoals te zien is op luchtfoto's werd blijkbaar voor tweederde vernield bij het bombardement van 3 September 1944. Ook bij het grote bombardement van 15 Augustus 1944 vielen er veel zware bommen in de directe omgeving van het complex, zonder directe treffers en schade op het terrein zelf. Op 3 September 1944 werd deze hoek van het vliegveld werderom zwaar getroffen met nu wel een aantal aanslagen op het terrein. Een zichtbare bominslag bij het loods gebouw. Vermoedelijk was dat een houten stalling met meerdere compartimenten, wat door de luchtdruk of brand flink beschadigd werd. Het is niet opgetekend door de Genie, waaruit af te leiden is dat het pand na de bevrijding volledig afgebroken was. Wat ook lijkt te duiden op een houten gebouw. Na de bevrijding werden veel Duitse gebouwen door buurtbewoners gestript van het hout wegens houttekort. Na de oorlog werden op de plek waar het gebouw heeft gestaan stenen fundamenten en betonnen poeren in de grond aangetroffen. Vooral die rij betonnen poeren duiden op een loods met meerdere compartimenten, waarschijnlijk een houten stalgebouw. Van andere plekken is bekend dat er vaak ossen én paarden gehouden werden op dit soort complexen.

Foto links: Juli 1944 met in het rood de loods nog intact. In het groen de andere door de Duitsers geplaatste gebouwen van het Landwirtschaft complex. In het paars een ander logistiek complexje in het Numans-bos. Volgens de Genietekeningen een complex van garageboxen / auto-opstelplaatsen. In het oranje in aanleg zijnde vliegtuig opstelplaatsen, die nooit voltooid zijn. Rechtsboven de rand van het vliegveld met 1 van de drie grote vooroorlogse hangaars nog aanwezig.

Foto rechts uit December 1944 toont de loods voor tweederde vernield , met een diepe bomkrater net links van de L. Ook naast de 'woon-schuilplaats' (WS) een grote bomkrater. Mogelijk de reden dat het dak na de bevrijding niet meer aanwezig was. De vooroorlogse woning en schuur bij 1 onaangetast. Evenals het stal-schuur gebouw (SS), met bij de 4 een houten keet/kippenhok.

 

Op onderstaande foto's de vooroorlogse gebouwen.


Links de woning Hertenlaan 23 uit 1936. Ondanks de fraaie renovering is de oude structuur en jaren 30 bouwwijze deels nog te zien. In de 19e eeuw stond hier een hoeve van de Veeartsenijschool die tot 1851 in die hoedanigheid in gebruik was. De naam van de hoeve bleef doorbestaan op kaarten maar had het niet meer die functie. In 1887 is het aangekocht van de heer Martens door een nieuwe eigenaar (Marinus van Marwijk Kooy), die er vervolgens de naam Boschwijk aan gaf. Het perceel bestond uit een boerderij met dennenbos, eikenwal, driestland, bouwland, weg en heide. In 1916 verkocht hij het perceel, met 'boswachterswoning en verder getimmerten' weer aan bouwmaatschappij Boschwijk, die aan de Hertenlaan Villapark Boschwijk ging ontwikkelen. Die bouwde in 1936 op de plek van de hoeve een nieuwe woning. In de volksmond werd dit tot jaren na de oorlog nog 'het boswachtershuis' genoemd. 

Rechts het vooroorlogse houten bijgebouw in 1960, nabij de woning van Hertenlaan 23 gelegen. Op de achtergrond is de Duitse 'woonbunker' te zien. In de oorlog behoorde dit tot hetzelfde perceel. Na de oorlog werd het gescheiden en werd het perceel van dit houten gebouw en de Duitse gebouwen Hertenlaan 23A. Alleen de silo viel weer op een ander perceel, wat in 1988 bebouwd werd met het Overtoom gebouw aan de Elandlaan.

Daaronder het houten gebouw anno 2026. Aan de achterkant is er een na-oorlogs aanbouw. Bij de ingang twee van de betonpoeren te zien die op een rij in de grond zaten op de plek waar de grote loods stond. Op de achtergrond is wederom weer net zichtbaar de Duitse 'woonbunker'. De grote raampartijen aan de kopse kant wijzen op oorspronkelijke grote dubbele klapdeuren wat past bij een gebruik als schuur of stalling.

 

 

Onderstaande kist was in de jaren 90 nog in gebruik bij een inwoner van Soesterberg die de kist na de bevrijding mee had genomen uit de Landwirtschaft complex aan de Hertenlaan. Volgens de man was het een kist waar oorspronkelijk ossenvoer in werd opgeslagen.
Foto rechts een voorbeeld van de stoffen armband die burgers die voor de Landwirtschaft werkten droegen (Collectie SLS39-45).