Blenheim 27 Maart 1942

 
In de avond van Vrijdag 27 Maart vertrekken er 8 Blenheims MK4's van het 114e 'Hong Kong' Squadron van de RAF basis West Raynham voor intruder vluchten tegen verschillende vliegvelden in Nederland. Bewapend met twee 250 ponder bommen en 16 kleine 40 ponder bommen moeten zij in de avondduisternis vliegvelden lokaliseren en aanvallen.
Onder hen bevindt zich de 24-jarige Wing Commander John Jerkins ('Jenks'). Hij vliegt een Blenheim met registratienummer Z7276 en code RT-N, samen met Flying Officer H.P. Brancker als observer en Flight Segreant C.H. Gray als wireless operator/airgunner. Ze hadden al de nodige ervaring samen. Op 27 December 1941 vlogen ze samen in een raid regen Herdla (Noorwegen), waarna Brancker wegens uitstekende navigatie beloond werd met het D.F.C. en Jenkins met de D.S.O.  

Ze weten Soesterberg te vinden en zetten ze de aanval in. Om 22.24 uur 's avonds wordt het luchtalarm gegeven te Soesterberg. Dit betekent ondermeer voor de Duitse Flaksoldaten dat zij zich naar hun kanonnen moeten snellen. Het Duitse afweergeschut schiet verwoed op de zeer laag overkomende vliegtuigen. Doordat er zo laag gemikt wordt, raakt een luchtafweergranaat een woning aan de Dijnselweg 16 te Zeist en brengt daar enige schade toe. Het toestel van Jenkins wordt toch nog vlot door de luchtafweer geraakt als het boven Huis Ter Heide vliegt. Het vliegt vervolgens brandend in een grote boog over Zeist. De bemanning poogt op het laatste ogenblik zich nog uit het brandende vliegtuig te redden. Het is echter al te laat, doordat ze al zo laag zijn kunnen de parachutes niet meer volledig ontvouwen en slaan ze te pletter tegen de grond. Het vliegtuig slaat rond 22.30 uur bij Woudenbergscheweg 56 te Zeist tegen de grond waarbij het volledig uiteenslaat in een bosperceel van landgoed Djimat. Het veroorzaakt een krater en een langgerekt spoor van brokstukken. 
Een tweede toestel valt Soesterberg ook aan en keert veilig thuis. Er worden inslagen op de startbanen gemeld.
 
Batterij 2 van de Flak-Abteilung 155 meent de fatale treffer gelost te hebben waardoor de Blenheim van Jenkins neerstortte. Ze bezoeken de volgende ochtend de crashsite en nemen daar foto's. De treffer wordt echter niet aan hen toegekend, zodat ze hem niet formeel op hun conto kunnen schrijven. 
In de loop van de ochtend worden de, deels verkoolde, lijken door de Duitse bergingsdienst geborgen en naar de begraafplaats de Rusthof gebracht. De brokstukken van het vliegtuig worden in de loop van de middag door dezelfde bergingsdienst geborgen.
 
Foto linksonder: Jenkins met zijn crew en nog een crew in de periode na de Herla raid. Jenkins derde van links. Gray helemaal rechts. Brancker tweede van rechts. Foto rechts: King George en Queen Elisabeth op bezoek op airfield West Raynham, pratend met enkele RAF officieren waaronder Jenkins (bron International Bomber Command Centre Digital Archive)
 
  

Foto linksboven: John Fraser Grant Jenkins. Foto rechtsboven: Charles Henry Gray (bron: Ria Kortes)
 
Onder het R.A.F. logboek van 114 squadron waar de vermissing van het toestel genoemd wordt.
 

 
Onder foto's genomen tijdens het bezoek van de 2./155 Flak-Abteilung aan de crashsite de volgende ochtend (collectie SLS39-45).
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Amersfoorter Willem Jacob Kortes zag vanaf zijn onderduikadres op boerderij Bieshaar in Leusden een vliegtuig neerstorten. Na de bevrijding adopteerde hij het graf van Charles Gray op de Rusthof. Hierdoor kwam hij in contact met de moeder van Charles, woonachtig in Manchester, die in 1946 het graf bezocht. Later gevolgd door ook de zus van Charles. In de jaren 40 werden de graven gemarkeerd met witte houten kruizen. (fotos: Ria Kortes) Het kruis van Brancker had daarop de naam misschreven als Brancher.
 
 
 
In de jaren 50 zijn de houten kruizen vervangen door grafstenen, waarbij de inscripties nauwkeurig gechecked, gecorrigeerd en aangevuld werden: 


 
Jenkins, Brancker en Gray liggen nog altijd naast elkaar begraven op begraafplaats De Rusthof op rij 2, graven 22, 23 en 24.
 
  

Paul Brancker, 31 jaar in 1942, wonend te Manchester, was een neef van wijlen Air Vice Marshal Sir William Brancker. Als astma-lijder was hij aanvankelijk ongeschikt verklaard voor dienst als vlieger, maar met het uitbreken van de oorlog uiteindelijk toch geaccepteerd.
 
Gray had ook zijn sporen verdiend. Voorheen diende hij bij het 110 squadron en werd met een D.F.M. beloond voor het neerhalen van een Duits toestel boven Belgiƫ in November 1940.