Waldlagers

Met de uitbreiding van het vliegveld naar volwaardig Fliegerhorst, hadden de Duitsers behoefte aan meer legeringscomplexen in de buurt van de vliegbasis. Er was een redelijk nieuwe legeringskazerne uit de jaren 30 op het vliegveld aanwezig, maar die was niet toereikend. Bovendien was met het oog op bombardementen legering op het vliegveld niet veilig. En zo verschenen er 3 zogenoemde Waldlagers beschut in de bossen rondom de basis.

Dit waren in principe kleine dorpen voor het Luftwaffe-personeel werkzaam op de vliegbasis, zoals boordwerkkundigen, boordschutter, monteurs, wapentechnici, bevoorraders en ander grondpersoneel en manschappen. Hogere officieren waren doorgaans ingekwartierd in gevorderde villa’s in de omgeving. Naast legeringsgebouwen omvatten de Waldlagers alle benodigde voorzieningen voor vertier en dagelijks onderhoud, zoals keuken en kantine, ontspanningsruimte, kapper, postkantoor, schoenmaker, kledingreparateur, medische post etcetera.

Er waren 3 Waldlagers verbonden aan Fliegerhorst Soesterberg, respectievelijk genaamd Waldlager 1, 2 en 3. Waldlager 1 was gesitueerd in de bossen tussen de hoofgebouwen van het vliegveld en De Paltz. Waldlager 2 was gesitueerd in de bossen tussen Bosch en Duin en Huis ter Heide. Waldlager 3 was gesitueerd in het voormalige vakantieoord Zomers Buiten te Soestduinen. De benaming Waldlager werd actief gebruikt door de Duitsers. Zo stond er bij Huis ter Heide een verwijsbord naar "Waldlager 2”.

De nieuwbouw werd uitgevoerd in de zogenaamde Heimatstil, waarbij de gebouwen kenmerken hadden van de Duitse landelijke stijl. Enerzijds werd dit gedaan om de gebouwen een civiele stijl te geven als camouflage tegen bombardementen. Anderzijds werd dit gedaan om de Duitse soldaten zich thuis te laten voelen.

Foto's onder: Gebouw op één van de Soesterbergse Waldlagers in typische Heimatstil en hetzelfde gebouw met flinke bomschade (Collectie SLS39-45)

 

Waldlager 2: Huis ter Heide

Dit complex bestaande uit een 25-tal gebouwen werd geheel door de Duitsers aangelegd en gebouwd in een onbebouwd bos- en heide perceel tussen Huis ter Heide en Bosch en Duin. Dit perceel lag tussen de Verlengde Bergweg (ook wel Ravenhorstsesteeg genoemd, sinds 1969 Hobbemalaan) en de spoorlijn tussen Bilthoven en Zeist. De spoorlijn was ideaal voor de aanvoer van materialen. De Verlengde Bergweg was toen nog een zandweg.

Het nabijgelegen Hotel Huis ter Heide (hoek Verlengde Bergweg en Amersfoorstestraat, inmiddels gesloopt) werd ook door de Duitsers gevorderd.
De bouw is in de loop van 1940 begonnen en waarschijnlijk in de loop van 1941 gereed gekomen. In dat jaar werd de dienstregeling van personenvervoer op het spoortraject opgeheven en de spoorrails grotendeels door de Duitsers opgebroken en afgevoerd voor gebruik elders.

Van Waldlager 2 is bekend dat het huisvesting bood aan het luftwaffepersoneel van KG2. Dit Kampfgeschwader gebruikte van December 1941 tot en met Juli 1944 Fliegerhorst Soesterberg voor zowel hun staf als wisselende verschilllende staffels. Uit een verzetsrapportage blijkt dat bij de ingang een bord hing met opschrift "L38354”. Dit was het Feldpostnummer van II. Gruppe van Kampf-Geschwader 2.
Vóór KG2 maakte o.a. KG4 gebruik van Fliegerhorst Soesterberg, vanaf Juli 1940. Met het Waldlager nog niet tot hun beschikking is bekend dat ze gebruik maakte van o.a. de St. Johannesstichting en Villa Beukbergen, beide nabij Huis ter Heide.

Waldlager 2 bestond voornamelijk uit grote legeringsgebouwen en zoals gebruikelijk in die tijd een aparte keuken- en kantinegebouw en verder enkele magazijn- en kantoorgebouwen. De manschappen-kantine was een simpele eetzaal met een podium. Voor de (onder)officiers mess was er een restaurant-achtige functie met bedienend (dames)personeel en luxe bar. 
Een tiental identieke legeringsgebouwen vormde de hoofdmoot van het kamp. Deze legeringsgebouwen waren in opzet gelijk aan de legeringsgebouwen op de andere Waldlagers: een benedenverdieping met ingangen aan beide kopse kanten, met een gang door het midden met aan weerszijde in totaal 8 slaapkamers voor 2-3 personen. Elke kamer had zijn eigen wastafel en verder was er aan de kopse kant aan 1 kant natte cellen (toilet- en wasruimtes) voor gezamenlijk gebruik, inclusief de technische ruimte van het gebouw met een toegangsdeur vanaf de buitenkant. Halverwege de gang was een trapportaal naar de bovenverdieping. Deze verdieping had dan ook weer meerdere vertrekken/kamers, met verlichtingen door dakkapellen. Afhankelijk van het model was deze bovenverdieping dan ingericht met nog meer slaapkamers, of ruimere ontspanningsruimtes. De kamers op de begane grond konden afgesloten worden met houten luiken.
Daarnaast waren er meerdere gebouwen die vrijwel hetzelfde casco hadden, maar zonder vast trappenhuis en een simpele kale bovenverdieping zonder dakkapellen. Dit waren gebouwen voor kantoor- en administratie, werkruimtes en opslag. Bijvoorbeeld gebouwen 16 en 9. Twee soortgelijke gebouwen waren nog iets langer, zoals gebouw 2. Gebouw 2 had dikke ijzeren luiken in plaats van houten luiken, wat betekent dat er binnen belangrijke spullen stonden die beschermd moesten worden tegen bomscherven. Na de oorlog heeft hier een telefooncentrale in gezeten. Mogelijk was dat ook al het geval in de Duitse periode.

Foto rechts: Piloten van KG2 tijdens tijdelijk verblijf in Soesterberg. De betreffende militair schreef zelf "Waldlager Soesterberg bei Utrecht". Dit bewijst zowel dat de Duitsers actief de benaming Waldlager gebruikten, als dat het ook gebruikt werd door vliegend personeel. Deze vliegers waren echter van een andere Gruppe, die slechts zeer kort in Soesterberg verbleef. Het kwam regelmatig voor dat een onderdeel voor slechts een paar weken naar een andere basis kwam, omdat die basis gunstiger gelegen was voor bepaalde operaties. Het kwam ook wel voor dat een groep vliegtuigen voor een missie naar Engeland opsteeg van 1 vliegveld en moest landen op een ander vliegveld. 
Vermoedelijk waren voor dit soort gelegenheden logiegebouwen beschikbaar op een soort van 'hotelbasis'.
(fotograaf onbekend. Uit particulier fotoboek, collectie SLS39-45)

KG2 vertrok in Juli 1944 van Soesterberg. De Fliegerhorst werd tot September-Oktober 1944 nog gebruikt door andere eenheden en daarna kwam er weer activiteit in de periode januari-februari 1945. Vermoedelijk heeft het Waldlager een periode vrijwel leeg gestaan en nooit meer volledig in gebruik genomen. Het oude KG2 Feldpostnummer-bord werd nooit verwijderd en hing er voorjaar 1945 nog.
Bronnen spreken ook over aanwezigheid van NSKK met voertuigen in de laatste fase van de oorlog, maar het is niet geheel zeker of ze op het terrein bedoelen of in de directe omgeving.

 


Onder een luchtfoto genomen door de RAF in januari 1945. De gebouwen op het zuidelijke gedeelte van het terrein zijn nog goed gecamoufleerd, terwijl de gebouwen op het noordelijke gedeelte goed te zien zijn (Luchtfoto aangeschaft via National Archives Canada).

 

 



Links de oorspronkelijke Duitse gebouwen ingetekend op een huidige plattegrond van het kamp. Initiële kaart uit Geheim Landschap - Kees Volkers, gecorrigeerd en aangevuld door SLS39-45, met medewerking Huismeester WS-kamp.

Legenda gebouwnummers:
2 - Kantoor/werkruimte/ opslag/telefoon
3 - Legeringsgebouw
4 - Legeringsgebouw
5 - Gesloopt legeringsgebouw/kantoor
6 - Legeringsgebouw
7 - Legeringsgebouw
8 - Legeringsgebouw
9 - Kantoor/werkruimtes
10 - Legeringsgebouw
11 - Legeringsgebouw
14 - Legerinsgebouw
15 - Kantine/keuken
16 - Kantoor/werkruimtes
17 - Legeringsgebouw
18 - Kantoor/werkruimtes
19 - Ketelhuis
21 - Gesloopt wachtgebouw
22 - Gesloopt kantoor/opslag
23 - Stal/opslag
24 - Bluswaterkelder
25 - Bluswaterkelder
26 - Tranformatorhuisje
X1 - Gesloopt gebouw, nu nieuwbouw
X2 - Gesloopt gebouw, nu nieuwbouw
X3 - Gesloopt gebouw vorm en grootte gebouw 2
L - Gesloopte loods, mogelijk kolenopslag.
 
Gesloopte gebouwen zullen de ontbrekende nummers 1, 12, 13 en 20 gehad hebben

Ondanks de bekendheid van het kamp bij de geallieerden is het nooit rechtstreeks gebombardeerd. Mogelijk is het wel met boordwapen beschoten tijdens aanvallen op doelen in de directe omgeving, zoals op 20 Maart 1945. Spitfires deden een bombardement en beschieting op de omgeving van de Gerofabriek, Bergweg, Prins Alexanderweg en de Amersfoortseweg, waarbij ten minste 3 Duitse militairen omkwamen in Bosch en Duin (en een tiental burgers in Zeist). Tevens een luchtaanval op 24 April 1945 op landgoed Zandbergen en directe omgeving.
Er waren geen specifieke schuilbunkers op het terrein aanwezig. De gebouwen hadden dikke muren van meer dan een el breedte en de ramen konden met luiken afgesloten worden. Ter extra bescherming lagen er nog stapels zandzakken om de gebouwen. Dit moest voldoende bescherming geven tegen bomscherven en luchtdruk van eventueel op het terrein vallende bommen en de kans werd klein geschat dat een bom een regelrechte voltreffer gaf door het dak van het gebouw. Er zijn dan ook geen voltreffers bekend op het terrein.

De Duitsers zelf brachten ook geen vernielingen aan het complex toe tijdens het opblazen van de vliegbasis in April 1945. Dat zal komen omdat het complex in de laatste oorlogsmaanden en -dagen nog gebruikt werd door grondtroepen (Fallschirmjägers) in het achterland van het front.
Bijna had zich nog een drama voltrokken in de laatste oorlogsdagen: Toen op 4 Mei 1945 de dagelijkse voedselconvooi vanuit Achterveld uitbleef besloot de agent Schipper op zijn fiets van Soesterberg naar Amersfoort te rijden. Te Amersfoort bleken de Duitsers alle politie-agenten op te pakken. Hij werd in een arrestatie-wagen van Amersfoort naar Huis te Heide gereden, waar ze opgesloten werden in een gebouw op het Waldlager, met de mededeling dat ze allemaal geëxecuteerd zouden worden. Toen de wagen door Soesterberg reed, kon hij vanachter een raampje zich laten zien aan een bekende, zodat die aan zijn vrouw kon vertellen dat er iets aan de hand was. De volgende dag werden ze tegen een muur aangezet om geëxecuteerd te worden, maar op een één of andere manier werden de Duitsers overgehaald om het niet te doen aangezien de bevrijding reeds officieel was (5 Mei) en de Duitsers dan ook als oorlogsmisdadigers dood geschoten zouden worden. Het liep goed af, maar de gebeurtenis heeft voor altijd impact gehad op het leven van de agent. (bron: Dochter Josien Schipper).

Na de bevrijding, werd het kamp najaar 1945 in gebruik genomen als opvangkamp van de Bijzonder Jeugdzorg voor kinderen van NSB ouders. Deze ouders zaten gevangen in o.a. Fort De Bilt, Utrecht, Baarn en Bilthoven. En hun kinderen in opvangtehuizen met zorg, onderwijs en toezicht totdat hun ouders vrij kwamen. 

Het intacte complex werd ongewijzigd overgenomen en in gebruik genomen met bestaande interieur en al. Onderstaande foto's uit die tijd geven dan ook nog een goed beeld weer hoe de gebouwen en het terrein er uitzagen tijdens de oorlogsjaren (Bron: Mevr. Dietvorst-Bothof via Werkgroep Herkenning)


 


Foto links: Personeel voor het Duitse gebouw nr 15, omgedoopt tot 'De Bungalow', met de markante Heimatstil.
Foto boven: Een groep kinderen met hun begeleidsters voor een gebouw met op de deur het opschrift 'Entgiftungsstall'. Dit was een gebouw waar na een eventuele gasaanval personen en materiaal ontgiftigd konden worden. Dit soort gebouwen werden vaak ook gebruikt voor oefeningen met het gasmasker. Hoogstwaarschijnlijk was dit gebouw 23.

Foto's onder: Interieur van de entree van de Bungalow (gebouw 15), en de eetzaal/kantine.van binnen van twee verschillende kanten genomen.



 

Foto's onder: Kinderen voor paviljoen 10 en 11 en aan de zijkant van één van de andere legeringsgebouwen. Het perkje afgezet met bakstenen schuin in de grond voor paviljoen 11 is waarschijnlijk nog vanuit de Duitse tijd.


Het gebruik voor de opvang van NSB kinderen duurde totdat de de NSB-ouders na 1-2 jaar vrij kwamen. Daarna werd het kamp in Augustus/September 1947 ingericht als Demobilisatiecentrum Boschkamp, voor de opvang van militairen die terug kwamen uit Indonesië.
Op 1 augustus 1947 was het Demobilisatiecentrum der KL opgericht, bestaande uit een staf, het Doorgangskamp te Woerden en het Demobilisatiecentrum Boschkamp in Huis ter Heide. Tussen deze twee centra was de taakverdeling als volgt geregeld: in het Demobilisatiecentrum Boschkamp werden gedemobiliseerde militairen medisch gekeurd en zij konden daar een beroepskeuzetest afleggen. Zieke militairen werden overgeplaatst naar Woerden.
In 1949 verhuisde het naar Amersfoort. Het kamp werd daarop in gebruik genomen door de Luchtmacht en de naam veranderde in Walaardt Sacrékamp.

Foto's onder: Ansichtkaarten met links de ingang van de Demobilsatiekamp en rechts na 1949, waarbij te zien is dat het Oorlogs-Vrijwilligers embleem is vervangen door de luchtmacht-roundel. De houten poort is typisch Duits en op de rechterfoto is ook goed het Duitse wachtgebouw te zien met varanda.


Ook de onderstaande ansichtkaarten uit de jaren 50-60 geven goed beeld van de Duitse gebouwen. De luiken zijn er verdwenen op deze foto's van gebouw 12 en 2, maar op gebouw 2 is nog wel een rand van een kleiner model dakkapel te zien dat ook op andere Waldlager foto's uit de oorlog voorkomt. Op de laatste foto zijn de daksteunen en het podium te zien in de kantine (gebouw 15).

In de loop van de jaren zijn er enkele gebouwen gesloopt en is er nieuwbouw bijgeplaatst, met name in de periode dat de Amerikanen het complex in gebruik hadden van jaren 50 tot eind jaren 90. Maar het overgrote deel van het oorspronkelijke complex is nog intact, zoals de volgende foto's laten zien (fotograaf: Doon van de Ven, collectie SLS39-45).

Gebouw 2, Op de middelste foto is goed te zien dat dit gebouw lag aan de oorspronkelijke ingang van het kamp. Dit gebouw had dikke stalen luiken, in tegenstelling tot de houten luiken van de meeste andere gebouwen.

   

Legeringsgebouwen 3, 4 en 6. De nooduitgangsdeur te zien bij gebouw 4 op de bovenverdieping is origineel, de trap niet.

  

Legeringsgebouwen 7 en 8, en kantoorgebouw 9. 

   

Op de detailfoto van gebouw 9 te zien het oorspronkelijke raamkozien met klein luchtvenstertje en de schernieren en bevestiginshaken voor de inmiddels verwijderde houten luiken. Daarnaast Legeringsgebouw 10. Op die foto is de deur van de technische ruimte goed te zien. Aan de andere zijde van het gebouw ontbreekt deze deur (zoals te zien op de foto van gebouw 8 hierboven). Daarnaast legeringsgebouw 11.

  

Legeringsgebouw 14 en kantoorgebouw 16. Deze kopse kant van gebouw 16 heeft een enkele deur. Aan de binnenzijde bevind zich naast de deur een simpele trapspiraal naar de kale zolder. De geverfde gebouwnummers uit de Duitse tijd zijn nog altijd goed te zien en in tegenstelling tot Waldlager 3 is de zelfde benummering altijd behouden.

  

Legeringsgebouwen 17 en 18, beide gefotografeerd van de kopse kant waar de nooduitgang zit op de bovenverdieping. De oorspronkelijke noodtrap was waarschijnlijk van hout en is vervangen in de loop van de tijd. Daarnaast een foto van gebouw 19: het ketelhuis voor de centrale verwarming van het complex. Alleen het voorste stuk is origineel Duits. De achterste T-aanbouw is na-oorlogs, waar de Amerikanen een wasserette in hadden. 

  

Gebouw 15, het kantine-keuken gebouw met typerende Duitse heimatstil. In de Duitse tijd was het een T-vormig gebouw, met inwendig gescheiden zalen voor manschappen en (onder)officieren. De entree had een kleine bovenverdieping die aan de noordkant doorliep tot de kopse kant. Aan de andere kant was eveneens een kleine vliering, maar voor de rest was het gebouw verdiepingloos waar door de eetzaal hoog was tot aan het dakbeschot.

  

De 'steel' van het T-vormige gebouw had keldergewelven. Van buitenaf kon men via een trap afdalen naar de witbetegelde keuken en ook via een trap van binnenuit kon men in de kelders komen, waar meerdere ruimtes waren, waarschijnlijk voor opslag van levensmiddelen, drank, tafellinnen en andere voorraden. Tevens was er een kolenluik om van buitenaf kolen te storten. Op de derde foto na-oorlogse aanbouw. Na de oorlog hebben de Amerikanen gebouw 15 aan de oostkant flink uitgebreid met nieuwe gebouwen en uit- en aanbouw. Het oude gebouw 15 werd een grote winkel, en er werden ruimtes voor voorraad en een loods voor lossen en laden aangebouwd en er werd een compleet gebouw aangebouwd dat dienst deed als cinema. Vanaf deze kant is er nauwelijks meer van het oorspronkelijke gebouw te zien.

  

Tenslotte gebouwen 24, 25 en 26: de bluswaterkelders en transformatiehuisje. Nummer 26 het het hoogst bekende Duitse gebouwnummer. 27 is onbekend, 28 is na-oorloogs gebouwd.

  


Waldlager 3 : Soestduinen

Zomers Buiten bij Soestduinen was een vakantieoord van de Amsterdamse vereniging Zomers Buiten. Amsterdamse gemeentearbeiders konden hier goedkoop terecht voor een welverdiende vakantie buiten de stad. Het oord werd in 1923 geopend en bestond uit een hotel-restaurant met 11 logeerkamers, twee dienstwoningen, een kampeerhuis en 8 vakantievilla´s met elk ruimte voor 4 gezinnen, verspreid over een gebied van 6 hectare aan de rand van de Soesterduinen. De vakantiehuisjes hadden namen genoemd naar bomen zoals Esch, Kastanje en Eik. Het officiële adres was Van Lyndenlaan, maar feitelijk lag het park een stuk verder westelijker langs de spoorlijn, net voorbij de Anker Emaillefabriek / De Nederlandsche Fotografische Industrie N.V. (Thans Beaufortlaan)

 

In september 1939 werd het oord gevorderd door het Nederlandse Leger, voor de huisvesting van gemobiliseerde eenheden. Hoogstwaarschijnlijk namen I-1 RA en/of II-1-RA (Regiment Artillerie) hier hun intrek. Zij hadden de directe omgeving als terrein om stelling te nemen met hun kanonnen. Tijdens de meidagen waren er wat verschuivingen en wisselde II-RA van gebied met het vrij nieuwe en onervaren III-5 RA. I-1 RA had hun stellingen in het Monnikenbos. II-1 RA nam een vooruitgeschoven stelling in bij De Koppel te Amersfoort. Op 13 mei moesten ze zich terugtrekken op hun stelling te Soestduinen. Staf 1-RA zat in Lage Vuursche.

III-5 RA nam in mei 1940 hun stelling in bij Soestduinen en moest het terrein van het Waterpompstation bewaken. In hun verslag staat dat de paarden na het betrekken van de stelling terug moesten naar Den Dolder, waar zij hun legering hadden in de gebouwen van zeepfabriek 'De Duif'.. In de avond van 13 mei volgde verdere terugtocht op vesting Holland bij Utrecht. Politierapporten melden dat na de meidagen er talloze uitrustingstukken, granaten en ander Nederlands militair materiaal werd aangetroffen bij de zevensprong (iets voorbij Zomers Buiten) en langs het fietspad langs de spoorlijn. Alles wees op een redelijk hectische terugtocht. Militaire verslagen spreken ook over beschieting van Nederlandse troepen door eigen andere troepen aan weerszijde van de spoorbaan bij Soestduinen. Dit zal de eenheid III-1-RA betreffen. Die melden dat ze tijdens hun terugtocht vanaf hun stelling bij Amersfoort bij Soestduinen beschoten werden. Hierdoor sloegen een aantal bespanningen op hol, met als gevolg dat 3 caissons en een keukenwagen moesten worden achtergelaten; de paarden heeft men niet meer kunnen opvangen.

Het Zomers Buiten complex wordt al snel door de Duitsers in gebruik genomen. Vermoedelijk heeft het kamp tot eind Mei nog dienst gedaan voor de demobilsatie van de Nederlandse Legeronderdelen, en in Juni in gebruik genomen door het Duitse leger. De bungalows zijn ideaal als onderkomen voor de Luftwaffe-manschappen van het nabijgelegen vliegveld. Zo ontstaat hier Waldlager III. Op onderstaande foto's het hoofdgebouw in de jaren 30, en in de winter van 1942. De Duitsers hebben het dak wat aangepast en er een uitkijktoren op geplaatst, met mogelijk een Flak-functie. (Collectie SLS39-45)

 

Als het vliegveld rond 1940-begin 1941 uitgebouwd wordt tot Fliegerhorst wordt er een compleet complex bij Zomers Buiten bijgebouwd. Er komt een regionaal depot van allerhande luchtvaartmateriaal, vliegtuigonderdelen en vliegeruitrusting. De officiële benaming was eerst Feldluftpark 5/III Gruppe II en later werd dit Gruppe A. Direct ten westen van het Zomers Buiten complex worden hiervoor talloze gebouwen geplaatst, zoals een flink aantal opslagloodsen, stallingen, werkplaatsen en ook twee nieuwe logiesgebouwen. De ligging pal aan de spoorlijn is ideaal voor de aan- en afvoer van zwaarder materiaal en zo komt er een apart rangeervlak voor het laden en lossen daar. De oostelijk gelegen particulieren fabrieken bleven gewoon in Nederlandse handen en doorproduceren. Het rijwielpad vanaf de spoorlijn langs het terrein en de Soestduinen naar de richting van Soest/Hees is al sinds Juni 1940 voor publiek afgesloten.

In de periode van Gruppe II onder leiding van Sabsingenieur Rettny bestond dit uit de volgende afdelingen:

Gr. II/I : Betriebsmonatmeldungen, Transporte f. Flzg. und Flzg. Schrott (Fl. Ing. a .Kr. Kampf)
Gr. II/II : Zuteilung und Ersatzgestellung von Flzg. - Sonderausgaben (Fl. Ing. a. Kr. Kampf)
Gr. II/III : Instandsetzung von Flzg., fehlende Teile, Bergungen (Stabsing. Rettny)
Gr. II/IVa : Motoren, Motorenersatzteile, Motoren-Ersatzteillisten (Fl. Ing. a. Kr. Suchatzki)
Gr. II/IVb : Rettungs-  und Sicherheitsgerät (Techn. Insp. a. Kr. Wagner)
 
Aanvankelijk werden vanuit hier ook de bergingen en verwerking van de neergestorte vliegtuigen gedaan. Toen dit uitgroeide is dat overgegaan naar een aparte eenheid te Utrecht. De structuur en naamstellingen worden daarop gewijzigd en wordt de afdeling in Soestduinen Gruppe A. Deze bestaat in Augutus 1942 uit:

Lagerleitung Hptm. Oesterhelweg
Annahme und Versand R.A. Seidel
1.Leider Gruppe A  Fl.Ing.a.K. Straubert
A-1. Ofw. Blasek – Zellenersatzteile (Accu-reservedelen)
A-2. Ofw. Maass – Motore (Motoren)
A-3. Fw. Steinert - Instrumenten
A-4. Insp. Hagedorn - R.u.S. Gerät (Redding en veiligheids-uitrusting)
A-5. Fw. Steinert – Abwurfgerät (Afwerpmiddelen)
A-6. Insp. Rücker - Altgerät (Verouderde apparatuur)

Tevens vallen onder hoede van Gruppe A:
Zwischenlager d.FLP. Leeuwarden Insp.Pförtner
Fl.Gerate Ausgabestelle und Sammelstelle 3/XI (fest) Hptm.Janell te Udenhout.

Aan- en afvoer gebeurde vooral naar en van Gruppe D: Zerlegebetrieb Utrecht, onder leiding van Fl.Ober Ing. Muller
(Met dank aan Dhr. A. Huiding voor de informatie m.b.t. de organisatiestructuren).

Feldluftpark Gruppe B (Bodemgerät) bevond zich bij de Geniekazerne aan de Amersfoorstsestraatweg te Soesterberg.
Feldluftpark Gruppe C (Flakgerät uns werkstatte)  bevond zich te Utrecht
In de Waterloo-kazerne (Bernhardkazerne) op de Vlasakkers te Amersfoort zat F.L.P. Gruppe Org. ¾ b  / KW Werkstatt zug der Luftwaffe / Kfz Sammelstelle der LW (vrachtwagenpark- en werkplaats).

Naast Duitse soldaten, werkten er Nederlandse arbeiders op het complex, in Duitse dienst. Voorjaar 1943 houdt het pro-Duitse Arbeidsfront een voordracht voor het Nederlandse personeel op Feldluftpark Soestduinen Gruppe A.

De Duitse nieuwbouw aan de westkant van dit nieuwe complex werd in de typische Heimatstijl gebouwd. In totaal bestond het complex uit 16 gebouwen.

Twee gebouwen (Haus 1 en 2) in een stijl overeenkomend met de logiegebouwen op Waldlagers 1 en 2. Ingang aan beide kopse kanten, Een lange gang met aan weerszijde deuren naar kamers. Halverwege een hal met trap omhoog. Op de bovenverdieping dakkappellen in het schuine dak en ramen aan de kopse kanten. Of beide gebouwen gebruikt werden voor legering met slaapruimtes, of als kantoren voor administratie en dergelijke, is ons op dit moment niet bekend. Een wachtgebouw (Haus 3) met een veranda waar schildwacht beschut kon staan tegen regen of felle zon.  Een groot magazijn-gebouw in de vorm van een grote boerderij, zoals ook op het voertuigpark (Feldluftpark Gruppe B). Een klein lazaret. Een werkplaats, stallingen en loodsen. En een uniek markant gebouw met een toren is de Fallschirmtrockerei. Een ruimte om natte parachutes te laten drogen en opnieuw op te vouwen en in te pakken. Vanaf de nok van de toren kunnen parachutes gehangen worden. Via een ladder langs de muur kan men in de nok op een loopbrug komen. Vanaf daar kon men de parachutes uithangen aan een viertal stangen met haken. Een radiator kan de toren verwarmen. Ook de ruimte op de bovenverdieping van het gebouw stond vol met radiatoren. Op het terrein was een apart ketelhuis voor de warmwatervoorziening van het hele complex. Twee bluswaterkelders waren half ingegraven op het terrein aanwezig. Aan de noordkant van het terrein, tegen de rand van de zandverstuiving, werd lichte FLAK geplaatst met munitiebunkertjes en bijgebouwtjes.


 

RAF Luchtfoto van het terrein in 1944.  

ZB = het Zomers Buiten complex
1 = Haus 1 - logiegebouw
2 = Een tweede logiegebouw
3 = Haus 3 - Wachtgebouw
12 = Halgebouw
16 = Haus 16 Fallschirmtrockerei
B = Boerderijgebouw / magazijn
K = Ketelhuis + 2e compartement
L = Lazaret
S = Stallingen
X = Onbekend
F met pijl wijst naar het Flakterrein buiten de foto

Collectie SLS39-45

 

Er is een flinke bedrijvigheid die door het verzet gemeld wordt aan Engeland. Desondanks is er geen specifieke luchtaanval op het complex bekend.

In april 1945 wordt veel bebouwing van Fliegerhorst Soesterberg vernield door Sprengkommandos. De gebouwen van dit Waldlager blijven echter bespaard, met vermoedelijk alleen enkele gebouwen van de Flakstelling onder handen genomen door de Sprengkommando
Foto's onder: De oorspronkelijk Duitse huisnummers nog leesbaar door de na-oorlogse verflaag heen: Haus 1 en Haus 16 (fotograaf R. de Mos). Deze belettering komt overeen met die van Feldluftpark Gruppe B achter de Dumoulin-kazerne.

 

In de maanden na de bevrijding maken Engelse en Canadese troepen gebruik van het complex. In de regio is het een komen en gaan van eenheden die tijdelijk verblijven tot hun terugtocht naar het eigen vaderland. Zo zijn er aanwijzingen dat de Calgary Highlanders en Princess Patricia's Canadian Light Infantry onder andere gelegerd zijn geweest op het complex.

Als na het vertrek van de Canadezen het oorspronkelijke bungalowpark Zomers Buiten weer terug in handen van de eigenaren komt, is het zodanig uitgewoond dat men besluit dat het niet de moeite waard is om te renoveren. Circa 1955 wordt het uiteindelijk afgebroken.

Het Duitse aangebouwde kamp gaat over in handen van Defensie. In 1946 betrekt de Nederlandse Luchtmacht het complex en vestigt er Centraal Magazijn en Centrale Werkplaats III. Ook wel Centraal Autopark der Luchtstrijdkrachten genoemd. In 1947 wordt dit omgedoopt naar Depot Motortransport Materieel (DMTM). In 1951 werd het DMTM verplaatst naar het Kamp van Zeist. Hiervoor in de plaats komt er het Depot Vliegtuigmaterieel I (DVM I). In de jaren 60 wordt dit DATIM. In de jaren 50 werd er veel nieuwbouw gerealiseerd door Defensie, waarbij de helft van de Duitse gebouwen verdwijnen. De parachute-droogerij behield nog lange tijd zijn zelfde functie. Er kwam al snel een nieuwe ingang met een nieuw wachtgebouw, maar het Duitse wachtgebouw bleef behouden. Evenals 1 van de logiegebouwen, het grote boerderij-gebouw, de helft van het ketelhuis en het lazaret, dat verbouwd werd tot mess. In 2006 kwam het terrein leeg te staan en in 2008 werd het afgebroken en volledig terug aan de natuur gegeven.

Foto's onder: Haus 1 vlak voor de sloop (fotograaf R. de Mos)

 

Het wachtgebouw in 2006. De achterste aanbouw is na-oorlogs. De functie van de bunker/kelder naast het gebouw is onbekend. Fotograaf R. de Mos

 

 

Het markante gebouw van de Fallschirmtrockerei. Het gebouw had een kleine kelder, die na de oorlog door Defensie vergroot is. Tevens kwam er een nieuwbouw gebouw achter tegenaan. De originele radiatoren nog in de toren en de bovenverdieping. Fotograaf R. de Mos

 

 

Foto's van het boerderijgebouw, het ketelhuis, het 'lazaret' en het halgebouw 12, waarvan het voorste deel origineel Duits is en na de oorlog een stuk is aangebouwd in de jaren 50 waardoor hij de grootte en vorm kreeg van de overige naoorlogse loodsgebouwen. Van de laatste 3 gebouwen zijn wij onze eigen opnamens kwijtgeraakt en komen deze foto's van openbare bronnen op internet (mapio.net, zonder fotograafsvermelding). Het 'lazaretgebouw' was later een mess-gebouw en is mogelijk na de oorlog flink verbouwd of zelfs herbouwd. De stijl wijkt namelijk af van de typerende Duitse gebouwen. Op een luchtfoto uit de oorlog is op die plek echter wel een gebouw te zien.Er zijn na-oorlogse bronnen die dit gebouw aanduiden als lazaret gebouw. De vraag is of dit tijdens de oorlog ook daadwerkelijk een lazaret gebouw was.

 

 

Twee munitie-bunkertjes van de lichte Flakstelling nog altijd aanwezig aan de rand van de zandverstuiving. Fotograaf R. de Mos