DuMoulin-kazerne

De bouw van de Dumoulinkazerne 

In 1937 werd besloten dat voor Genie-troepen van Hoogte 50 een permanente stenen Kazerne-complex gebouwd moest worden.Met de Gemeente Soest werd gezocht naar een geschikte plek, waarbij Defensie de uitgesproken wensen had aan de doorgaande verbindingsweg in de directe omgeving van de bestaande oefenterreinen. Gekozen werd voor twee aan elkaar gelegen percelen aan de Amersfoortsestraat ten noorden van Hoogte 50, tussen de huisnummers 78 en 80, welke in 1938 verworven werden. De daarop volgende opdracht luidde "Het bouwen van een kazernement voor een Bataljon Pioniers en een Compagnie Spoorwegtroepen te SOEST". Onder beheer van het tweede Commandement van de Genie ter Amersfoort werd deze taak uitgevoerd door meerdere onderaannemers. In Juni 1938 werd de aanbesteding van een eerste gedeelte gegund aan L. Jacobs te Bussum. Het perceel werd voorheen gebruikt voor het verbouwen van rogge en tarwe. De Soesterbergse firma Tammer werd aangenomen om de grond bouwrijp te maken. Vanaf de Amersfoortsestraat glooide het terrein behoorlijk naar beneden en grote hoeveelheden grond werd uitgegraven en geëgaliseerd. De jonge firma begon de klus met een wagenpark van twee auto's, maar al gauw waren er dat er vijf. (Hoewel zij in de oorlog niet voor de Duitsers wenste te werken en zich tijdelijk bezig hielden met het vervoer van melk, zijn zij nu jaren later een groot en bekend grondwerk bedrijf). De voorbereidende grondwerken werden eind Juli 1938 afgerond. Waarna met het tweede gedeelte aangevangen kon worden. Het totale werk werd in 4 gedeelten aanbesteed. Voor de vierde en laatste gedeelte in Juni 1939 was ook L. Jacobs uit Bussum weer de laagste en dus winnende inschrijver.
Een andere onderaannemer was Huygen en Wessel N.V. voor het plaatsen van de (water-)installatie in de centrale regelkamers. Overkoepelend boven de aannemers werd een Directie aangesteld. Een directiekeet werd geplaatst in de noordoosthoek van het perceel. 

Het te bouwen kazernement zou in ieder geval gaan bestaan uit 1 bureelgebouw, 1 wachtgebouw, 1 kantinegebouw, 4 logiesgebouwen, 1 badhuis en 1 ketelhuis. Het ketelhuis zou 3 stoomketels krijgen. Alle bovengenoemde gebouwen kregen Centrale Verwarming. En er was warmwatervoorziening voor het badhuis. Daarvoor werden 2 boilers met elk een inhoud van 2500 liter geplaatst alsmede 2 extra identieke boilers, met functie als voorboiler en overstroomboiler. De waterafvoer en riolering werd aangesloten op de hoofdriolering van de Amersfoortsestraat. Apart van deze gebouwen waren een garage/werkplaats en waterzuiveringsbunker op het terrein gepland, alsmede een transformatorhuisje in de noordwest hoek van het terrein. Voor en gedurende de bouw werden er verschillende houten bijgebouwen op het terrein opgebouwd. De architectuur van de kazerne kwam van de hand van Kapitein der Genie A.G.M. Boost. Het ontwerp was min of meer standaard voor een Regimentskazerne, maar werd per kazerne aangepast aan het beschikbare kavel. Het eind-ontwerp van de Geniekazerne te Soesterberg is uniek, maar sterk gelijkend op bijvoorbeeld de Van der Palm kazerne in Bussum en de Bernhard-kazerne te Amersfoort. De uiterlijke gelijkenissen uitte zich met name in de kleur van de bakstenen en de typische stalen De Vries & Robé kozijnen. 

Tekenend voor de geest van die tijd werd in de bepalingen vermeld dat alle materialen en voorwerpen in de bouw van Nederlandse fabrikaat moesten zijn. Enkel als de buitenlandse materialen en voorwerpen aanzienlijk goedkoper waren kon hier uitzondering op gemaakt worden, mits door de Directie goedgekeurd. Werklieden moesten van Nederlandse of Belgische nationaliteit zijn. Indien een aannemer materialen zou inkopen in Duitsland, dan waren daar bijzondere voorschriften voor. De bouwplaats was afgesloten terrein. Aannemers, werklieden en leveranciers kregen slechts toegang op het terrein op vertoon van persoonlijke toegangsbewijzen. Deze toegangsbewijzen werden uitgegeven door de Eerstaanwezend-Ingenieur der Genie te Amersfoort. Werkzoekenden en onbevoegden mochten niet toegelaten worden tot enig gedeelte van het werkterrein. 

Op 21 december 1938 werd door de toenmalige Minister van Defensie dhr Van Dijk besloten dat de kazerne de officiële benaming 'Dumoulinkazerne' zou krijgen. Met deze naam werd Carel Diederik Du Moulin (1727-1793) geëerd. Du Moulin werkte zich op van een Luitenant der Infanterie tot Directeur Generaal Fortificatiën, Chef van het Korps der Genie en Chef van het regiment Mineurs en Sappeurs. Een genist van het eerste uur dus. De naam DuMoulinkazerne werd pas na de oorlog op de gevel van de kazerne aangebracht. Voor en tijdens de oorlog wordt de kazerne in de volksmond en in allerlei documenten voornamelijk 'de Geniekazerne' of 'de Pionierskazerne' genoemd. 


 

Veldpost van een dienstplichtige soldaat die duidelijk maakt dat op 3 augustus 1939 een of meerdere paviljoens al in gebruik waren. 

Dit komt overeen met een bericht in de Soester Courant van 4 Augustus welke spreekt over de verhuizing van het Eerste en Derde Genieregiment vanuit de tentenkamp op het Geniekamp naar de nieuwe kazerne. Hoewel meerdere gebouwen op het kazerneterrein nog in afbouw waren, wijst dit er op dat de paviljoensgebouwen als eerste geheel klaar waren.

Door bewoners van het dorp Soesterberg werd een comité voor feestelijk opening van de kazerne opgericht,: Comité in gebruikneming Geniekazerne Soesterberg: C. Top, A.H. Harmsen (penningmeester) en H. Dippel (secretaris).

 



 

Mobilisatie

De algehele mobilisatie vond plaats op 28 augustus 1939. De DuMoulinkazerne was daarvoor in beperkte mate al in gebruik. Zo vond er op 14 augustus op de appelplaats van de kazerne een eedaflegging plaats van Nederlandse officieren.  Ten tijde van de mobilisatie waren de casco's van alle bovengenoemde gebouwen gebouwd. De 4 logiesgebouwen werden tijdens de mobilisatieperiode in gebruik genomen. De bouw aan het badhuis, de twee hoofdgebouwen en het kantinegebouw was nog in volle gang. Ten westen van Paviljoen I werd een houten noodkeuken opgezet. In de kamers aan de noordkop van de paviljoens werden de administratie en facilitaire diensten gevestigd. De Gymzaal van Paviljoen IV werd ingericht als kantine. Voor ontspanning werd gezorgd in de vorm van muzikaal vermaak. Zo heeft een jeugdig Soesterbergs muziekgezelschap een keer gespeeld voor de militairen. Voor douchen en badderen moesten de militairen naar het oude Badhuis van het voormalige interneringskamp. Natgeregende of gewassen kleding kon te drogen gehangen worden in de ruimte boven de eetzalen van de paviljoens I, II en III. 

Gedurende de mobilisatie lagen in en rond Soesterberg overal Nederlandse troepen gelegerd en ingekwartierd. Met name in de gebouwen van het vliegkamp. De Spoorwegtroepen zijn, inclusief kampopzichter Kooman, voor een deel gemobiliseerd in Rotterdam. In Rotterdam is ook het Opleidingsdepot van de Spoorwegtroepen gevestigd. Een deel van het Bataljon Spoorwegtroepen is echter achtergebleven in Soesterberg. In oktober 1939 werden zij onder andere ingezet voor spoorwerkzaamheden in de directe buurt van het vliegveld. Zo hebben zij wisselverbindingen en een verhoogde militaire los- en laadplaats aangelegd bij Den Dolder en soortgelijke handelingen bij de raccordementen van Soestduinen en Baarn. De Dumoulinkazerne werd gebruikt voor de huisvesting van de 20e Infanterie Regiment (20 R.I.).  Deze behoorde tot de Legerkorpsreserve van het 4e LK en bestond uit 4 bataljons (I, II, III en IV). Midden September betrokken zij de kazerne. De beschikbare ruimte was echter onvoldoende en werd ook Kamp van Zeist betrokken. De houten barakken waren echter niet bestand tegen de koude herfstnachten. Tweede helft November werd het gebouw van Kinabu gevorderd en in gebruik genomen door 1-1-20 R.I. (Eerste compagnie van het eerste bataljon van de 20e Regiment Infanterie). Ook het gebouw van Hemalie werd gevorderd door het Nederlandse leger. Beide gelegen aan de Amersfoorstestraatweg op loopafstand van de kazerne. Tevens werden officieren bij families ingekwartierd.

De militairen van I-20 R.I. trokken dagelijks van Soesterberg naar Woudenberg, om daar hun stellingen aan te leggen. Tevens werden er oefeningen gehouden op de Leusderheide en moest er plaatselijk wacht gelopen worden. In April was de oorlogsdreiging zodanig opgelopen, dat ze de stellingen in Woudenberg permanent moesten bezetten en daar inkwartiering hadden.

 

II-20 R.I. lag in reserve op de kazerne. IV-20 RI verzorgde de bewaking van verschillende militairen gebouwen in de regio. III - 20 R.I.: was belast met de bewaking van het vliegveld Soesterberg. Op 4 Mei verplaatsten ze hun kwartieren van de DuMoulinkazerne naar het terrein op het vliegveld, alwaar ze de verdedigingsposten moesten inrichten en bemannen. De keukenvoorziening en de paarden bleven achter op de DuMoulinkazerne. De maaltijden werden daar bereid en vervoerd naar de verblijven op het vliegveld. Ook toen de eenheid vanaf 12 Mei ingezet werd in de regio van Maarn, werden de maaltijden vanaf de DuMoulinkazerne per vrachtauto aangeleverd.
Voor een compleet verslag van III - 20 R.I. deze Meidagen, zie http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=vijf-dagen-oorlog-in-nederland-10-t-m-14-mei-40


Links: Hospik Henk Kuiper van I-I-20 R.I. met 3 kameraden voor het gevorderde gebouw van Kinabu. Foto: Dhr. T. Kuiper.

 

Het Stafkwartier van de 8e divisie was 1940 gevestigd in kamp Hoogte 50, op anderhalve kilometer ten zuid-oosten van Soesterberg. Bevelhebber van de 8e Divisie (op zichzelf weer onderdeel van het IVe Legerkorps) was kolonel A de Vries. Zijn commandopost was gevestigd in en bij de school voor wijsbegeerte ten oosten van Oud Leusden. Onder de 8e Divisie vielen 5 R.I., 16 R.I., 20 R.I., 5 R.A. en de 3e afdeling van 18 R.A..


 

De bouwwerkzaamheden aan de Dumoulinkazerne gingen tijdens de mobilisatie door. In de Meidagen van 1940 waren ze echter nog niet voltooid. De hoofdgebouwen, het badhuis en de kantine waren ook toen nog niet geheel gereed. 


Het wachtgebouw in aanbouw zijnde. 

Foto: Dhr. A. Knook

 


 

Oorlogsdagen Mei 1940

Op de eerste oorlogsdag werd II-20 R.I. verplaatst naar Leiden om deel te nemen aan de strijd tegen de Duitse parachutisten. Het is o.m ingezet bij de Wassenaarse Slag. I-20 R.I. lag sinds April al in stelling te Woudenberg en III-20 R.I. was naar het vliegveld vertrokken. Om de bewaking van de Dumoulinkazerne over te nemen werd op 10 Mei 20 M.C. (20e Mitrallieur Compagnie) vanaf de Bernhardkazerne te Amersfoort gedirigeerd naar de kazerne te Soesterberg. Op 12 Mei vertrokken zij naar Doorn en wordt de bewaking over genomen door I-43 R.I., de vanuit de IJsselline kwam.

De Grebbelinie en achtergebied tussen Woudenberg en Amersfoort was toegewezen aan het 4e Legerkorps van het Nederlandse leger. Onderdeel van dit Korps waren het 1e en 5e Regiment Huzaren (R.H.). De opdracht van 1 R.H. en 5 R.H. luidde; 'het vertragen, in het toegewezen vak, van een vijandelijke opmars op de Veluwe met als zwaartepunt de kunstweg Amersfoort-Zwolle. Na uitvoering van deze opdracht dient met zoveel mogelijk troepen intact als reserve binnen de stelling verzameld te worden in de omgeving van Soesterberg-Huis ter Heide'. Hierbij kwam 5 R.H. onder bevel van C-1 R.H..De Commandant van 1 R.H. was sinds 1 mei 1940 luitenant-kolonel D.A. Camerling Helmolt. Het Eerste Regiment Huzaren bestond in de Meidagen uit:Regimentsstaf met verbindingsafdeling1e en 2e eskadrons (paarden) (1-1 en 2-1 R.H.) plus het 1e eskadron (paarden) van 3 R.H. (1-3) 3e, 4e en 5e eskadron (rijwielen) a 4 pelotons (3-1, 4-1 en 5-1 R.H.)mitrailleurs eskadron (motorrijwielen) a 4 sektiessectie mortieren (twee stukken van 8 cm op auto’s)Sectie Pantserwagen (van Korps Rijdende Artillerie)Eskadron Pag (Pantserafweergeschut) a 2 secties van 2 stukken 4,7 cm, getrokken door Pag-trekker   

Op 10 Mei, om 23.20 uur gaf C-IV-L.K. aan C-1 R.H. de opdracht :'Alle bereden Eskadrons, dus geheel 5 R.H., 1-1 R.H., 2-1 R.H. en 1-3 R.H., met alle voertuigen terug naar nieuwe Geniekazerne te Soesterberg'. Om 00.01, dus net 11 Mei, kwam bij de commandopost van 5 R.H. het bevel binnen van C-1 R.H. dat;'5 R.H. gedurende duisternis via Amersfoort zich moest verplaatsen naar het bedekte terrein tussen Soesterberg en Huis ter Heide '. De geniekazerne werd in dit bevel niet genoemd, kennelijk werd deze vrijgehouden voor de onderdelen van 1 R.H.. Om circa 04.00 uur was 5 R.H. verzameld in het gebied tussen Soesterberg en Huis ter Heide. De eskadrons 1-1 en 2-1 R.H. en 1-3 R.H. namen elk ook hun tocht naar het aangewezen gebied. Zo reed 2-1 R.H. onder aanvoering van Ritmeester Six van Hoevelaken naar Amersfoort en vanuit daar over de Amersfoortsestraat langs de DuMoulin kazerne naar Huis ter Heide. Ritmeester Six had onder andere in de Willem III kazerne te Amersfoort gelegerd gelegen en wist zijn troepen feilloos de weg te wijzen. De Commandopost C-5 R.H. werd gevestigd op villa Beukbergen, de troepen met hun honderden paarden lagen gelegerd in het beboste gebied aan de zuidkant van de weg. Tegen het middaguur aan werd 2-5 R.H. verplaatst naar de omgeving van de piramide van Austerlitz en 1-3 R.H. naar de omgeving van Soestduinen. 1-5 en 3-5 R.H. werden verplaatst naar Weesp en 1-1 en 2-1 naar Nieuwersluis. Circa 2/7e deel van het personeel en de paarden bleven achter. Op 12 Mei krijgen 2-5 en 1-3 R.H. nog bevel op te treden tegen vermeende parachutisten op respectievelijk de Leusderhei en de Vlasakkers. De schrik zat er goed in en op beide terreinen opende de soldaten het vuur op een onzichtbare vijand. Het bleek loos alarm.

De overige onderdelen van 1 R.H. raakten verstrikt in  verschillende gevechten ten oosten van Amersfoort. De vermoeide troepen, die vanaf 9 Mei geen rust meer hadden gehad, kregen in het begin van de avond (18.10 uur) van 12 Mei eindelijk het bevel om tot rust te komen. Hiervoor werd de geniekazerne te Soesterberg gebruikt. Tussen 21.00 en 22.00 uur kwamen de troepen hier aan, waarna appél werd gehouden. De verzamelde troepen van 1 R.H. bestonden uit: De Regimentsstaf, het Mitrailleur eskadron (minus 1 sectie), het Pag eskadron en het gehavende 5e eskadron (36 man waren gevangen genomen, gedood en vermist). Het 3e en 4e Eskadron waren tijdens hun moedige gevechten door de Duitsers overmeesterd. Namens de commandant IVe Legerkorps werden de troepen geloofd voor hun optreden. Bij de troepen bevond zich ook het 1e peloton van het 2e eskadron Pantserwagens met 5 M38 Pantserwagens. De zesde pantserwagen was tijdens de gevechten van 11 Mei beschadigd geraakt en voegde zich na reparatie op 12 Mei alsnog bij het eskadron op de DuMoulin kazerne. Na het appél was er de gelegenheid om te eten (de voedselvoorziening was uitstekend) en te slapen. Enkele zieken en lichtgewonden werden door de medische eenheid behandeld. De situatie was hachelijk, zeer veel troepen in de kazerne en een massa voertuigen op het kazerneterrein. In verband met mogelijke luchtaanvallen werden de troepen in de loop van de nacht meer over de omgeving verspreid, met gebruikmaking van de villa's aan de Amersfoortseweg. Zo was de commandopost en de staf van de medische eenheid ondergebracht in het huis van de Aalmoezenier  Van Stralen, op de oprijlaan naar dit gebouw stonden twee troepenverbandauto's en drie gewondenauto's onder dekking van de bomen opgesteld. Ook andere villa´s en Hemalie, die al sinds de mobilisatie door het Nederlandse leger gevorderd was, werden gebruikt. In de ochtend reed de regimentsarts van het 1e Regiment Huzaren langs de onderdelen om te kijken of er veel zieken waren. Wat hem daarbij opviel was dat de mensen sterk vermoeid waren. De fut was er bij het merendeel uit. Van de nacht van 8 op 9 mei waren de officieren niet meer uit de kleren geweest. Van slapen was de afgelopen nacht ook praktisch geen sprake geweest, daar er alleen gelegenheid was om op een stoel wat in te dutten. Veel militairen hadden pijnlijke voeten. De voedselvoorziening was uitstekend, alleen werd er wel eens geklaagd dat de kuch te oud en te droog was.
Eveneens in de ochtend van 13 Mei werden de pantserwagens van 1-2 Esk Paw enige malen naar de Vlasakkers en naar De Kamp gestuurd voor het opsporen van gemelde Duitse parachutisten, er werd echter niets waargenomen. Voor de rest van de dag werden er geen bijzonderheden gemeld. Tussen 18.00 en 19.00 uur kwam in het kader van de algemene terugtocht op de vesting Holland het bevel voor 1 R.H. en 5 R.H. om 20.30 via Utrecht af te marcheren naar Haarzuilens, alwaar de uiteen gevallen colonne tussen 02.00 en 04.00 uur aankwam.  De aftocht van de Nederlandse troepen ging gepaard met haast, chaos en paniek. De DuMoulinkazerne lag vol met her en der verspreide al dan niet onbruikbaar gemaakte/geraakte uitrustingsstukken, wapens, munitie en ander materieel. Overal langs de Amersfoortsestraat en het fietspad tussen de DuMoulin kazerne en de Leusderhei lagen achteloos neergesmeten spullen van de terugtrekkende soldaten. Op Hoogte 50 werden meerdere (vracht)auto’s en motorfietsen grondig vernield en achtergelaten.

 
De overige onderdelen van 1 R.H. raakten verstrikt in  verschillende gevechten ten oosten van Amersfoort. De vermoeide troepen, die vanaf 9 Mei geen rust meer hadden gehad, kregen in het begin van de avond (18.10 uur) van 12 Mei eindelijk het bevel om tot rust te komen. Hiervoor werd de geniekazerne te Soesterberg gebruikt. Tussen 21.00 en 22.00 uur kwamen de troepen hier aan, waarna appél werd gehouden. De verzamelde troepen van 1 R.H. bestonden uit: De Regimentsstaf, het Mitrailleur eskadron (minus 1 sectie), het Pag eskadron en het gehavende 5e eskadron (36 man waren gevangen genomen, gedood en vermist). Het 3e en 4e Eskadron waren tijdens hun moedige gevechten door de Duitsers overmeesterd. Namens de commandant IVe Legerkorps werden de troepen geloofd voor hun optreden. Bij de troepen bevond zich ook het 1e peloton van het 2e eskadron Pantserwagens met 5 M38 Pantserwagens. De zesde pantserwagen was tijdens de gevechten van 11 Mei beschadigd geraakt en voegde zich na reparatie op 12 Mei alsnog bij het eskadron op de DuMoulin kazerne.
 
 
Huzaren op het kazerneterrein (fotocollectie DuMoulinkazerne)

 

Na het appél was er de gelegenheid om te eten (de voedselvoorziening was uitstekend) en te slapen. Enkele zieken en lichtgewonden werden door de medische eenheid behandeld. De situatie was hachelijk, zeer veel troepen in de kazerne en een massa voertuigen op het kazerneterrein. In verband met mogelijke luchtaanvallen werden de troepen in de loop van de nacht meer over de omgeving verspreid, met gebruikmaking van de villa's aan de Amersfoortseweg. Zo was de commandopost en de staf van de medische eenheid ondergebracht in het huis van de Aalmoezenier  Van Stralen, op de oprijlaan naar dit gebouw stonden twee troepenverbandauto's en drie gewondenauto's onder dekking van de bomen opgesteld. Ook andere villa´s en Hemalie, die al sinds de mobilisatie door het Nederlandse leger gevorderd was, werden gebruikt. In de ochtend reed de regimentsarts van het 1e Regiment Huzaren langs de onderdelen om te kijken of er veel zieken waren. Wat hem daarbij opviel was dat de mensen sterk vermoeid waren. De fut was er bij het merendeel uit. Van de nacht van 8 op 9 mei waren de officieren niet meer uit de kleren geweest. Van slapen was de afgelopen nacht ook praktisch geen sprake geweest, daar er alleen gelegenheid was om op een stoel wat in te dutten. Veel militairen hadden pijnlijke voeten. De voedselvoorziening was uitstekend, alleen werd er wel eens geklaagd dat de kuch te oud en te droog was.

Eveneens in de ochtend van 13 Mei werden de pantserwagens van 1-2 Esk Paw enige malen naar de Vlasakkers en naar De Kamp gestuurd voor het opsporen van gemelde Duitse parachutisten, er werd echter niets waargenomen. Voor de rest van de dag werden er geen bijzonderheden gemeld. Tussen 18.00 en 19.00 uur kwam in het kader van de algemene terugtocht op de vesting Holland het bevel voor 1 R.H. en 5 R.H. om 20.30 via Utrecht af te marcheren naar Haarzuilens, alwaar de uiteen gevallen colonne tussen 02.00 en 04.00 uur aankwam.  De aftocht van de Nederlandse troepen ging gepaard met haast, chaos en paniek. De DuMoulinkazerne lag vol met her en der verspreide al dan niet onbruikbaar gemaakte/geraakte uitrustingsstukken, wapens, munitie en ander materieel. Overal langs de Amersfoortsestraat en het fietspad tussen de DuMoulin kazerne en de Leusderhei lagen achteloos neergesmeten spullen van de terugtrekkende soldaten. Op Hoogte 50 werden meerdere (vracht)auto’s en motorfietsen grondig vernield en achtergelaten.

Na de capitulatie werd de kazerne gebruikt voor de demobilisatie van de Nederlandse troepen. Zo lag 16 R.I. op 24 Mei 1940 in de kazerne gelegerd.


 

Drukte op de appélplaats van de Geniekazerne in Mei 1940. Op de achtergrond de nog in aanbouw zijnde hoofdgebouwen.

Fotograaf: Dhr. A. Knook

 


Duitse Bezetting

In de eerste maanden na de capitulatie werd de kazerne nog gebruikt voor demobilserende Nederlandse troepen. De Duitsers zagen uiteraard wel wat in de kazerne en onder hun bevel werden de bouwwerkzaamheden voortgezet. Echter niet meer met aannemer Jacobs. Vanaf loop Mei kwamen meerdere Nederlandse aannemers naar Soesterberg die de opdrachten hadden verworven om voor het Duitse Leger de bouwwerkzaamheden uit te gaan voeren. In ieder geval betrokken de aannemers Chr. Zanen N.V. en Bruil jr. N.V. directieketen bij de DuMoulin kazerne en was ook P. Schipper een aannemer uit Zeist die voor de Duitsers op de Geniekazerne grootschalig werkzaamheden uitvoerde. De Nederlandse arbeiders die hier werkten moesten een nieuwe toegangspas hebben die door de Duitse lokale autoriteiten werd uitgegeven en moesten voortaan een gele stoffen armband om hun rechterbovenarm dragen waarop in Gotische letters de opdruk Deutsche Wehrmacht staat.

De Duitsers richtten zich in eerste instantie op het afmaken van de werkzaamheden zoals die zijn blijven liggen sinds de mobilisatie/capitulatie. De Logiegebouwen waren al klaar en Juni 1940 zijn ook de hoofdgebouwen in gebruik. Hoewel de bouw doorging waren er al wel troepen gelegerd in en rond de kazerne. De kazerne bood onderdak aan grondpersoneel van de Luftwaffe. Het betroffen niet-vliegende Luftwaffe manschappen (blauwgrijze uniformen met gele kraagspiegels) van onder andere de administratie, voorraad, vervoer, onderhoud en dergelijke. Vele verschillende Luftwaffe onderdelen worden ondergebracht in bestaande of nieuw te bouwen complexen op en rond de vliegbasis, in Kamp van Zeist en in vele grote villa's/gebouwen in en rond Soesterberg.

 


  Foto links: Luchtfoto RAF van de kazerne.

Het gebied rond de DuMoulin kazerne werd vooral gebruikt door/voor 'Nachschub' troepen. Met name villa's aan de Amersfoortsestraat werden gebruikt door de Luftwaffe-tak van de NSKK. Zo trokken manschappen van de NSKK in de villa de Stompert/Hemalie en her en der worden bij villa's in garages en/of stallen/loodsen (vracht)auto's gestald. Onder andere bij villa Kampoord. Busondernemer Leguit verliet zijn garage aan de Richelleweg. Deze werd overgenomen door een burger die de werkplaats beschikbaar stelt voor onderhoud en reparaties van Duitse leger-voertuigen: H.K.P. 031 (Heeres-Kraftfahr-Park 031) was de aanduiding in Januari 1944, met HKP 022 een paar honderd meter verderop op de Richelleweg.

Bij de Geniekazerne stond een bord FLP Gruppe B. Via de oprijlaan tussen de kazerne en de villa's aan de oostzijde kwam men aan de zuidkant van het terrein, het voormalige Kamp Hoogte 50, waar de Duitsers een compleet nieuw complex bouwden. Het is aannemelijk dat de kazerne legering betrof van aanverwant uitvoerend personeel, en bijbehorend personeel in opleiding.Op de foto goed te zien dat het garage-gebouw en houten barakken die door de Duitsers buiten het kazerne terrein zijn gehouden de brug vormen naar het nieuwe Feldluftpark complex
 


De aanvullende bouwwerkzaamheden voor de DuMoulinkazerne en het terrein van Hoogte 50 vonden plaats in 1940 en 1941. Rond februari 1941 moest de NBM elke morgen om kwart voor acht een extra tram beschikbaar stellen voor het vervoer van 100 arbeiders vanuit Amersfoort naar de geniekazerne aan de Amersfoortsestraat. 
Één van de Nederlandse firma’s die hierin een grote rol had was firma Schoolderman uit Den Dolder. Zij hadden tientallen Nederlandse arbeiders uit de regio in dienst voor grond- en bouwwerkzaamheden.

Waarschijnlijk door de plannen met het kamp ten zuiden van de DuMoulin besloten de Duitsers een nieuw tweede wachtlokaal aan de Zuidoost kant van het terrein te bouwen. Het gebouw kreeg de vorm van een klein boerderijtje met een uitsparring. Vanuit de uitsparring kon de wacht alle richtingen heen kijken. Daarbij zat een overdekte veranda, zodat de schildwacht bij nat weer droog en beschut stond. De Duitsers wenste hier warmwatervoorziening in en plaatste een ketelinstallatie in het gebouw. Wat zij schijnbaar niet wisten was dat het gebouw praktisch boven de warmwaterleidingen, die van het kazernement naar de Garage/werkplaats liepen, lag.

Het fietspad van Soesterberg naar Amersfoort aan de zuidzijde van de kazerne werd afgesloten. De oprijlaan van villa 80A leide naar de ingang aan de zuidzijde. 
Het gehele terrein, exclusief de garage/werkplaats werd met een ijzeren hekwerk omsloten. Bij beide wachtgebouwen kon het hek in twee delen aan stenen pilaren opengeklapt worden voor auto's. Tussen 1 der grote stenen pilaren en een kleinere stenen pilaar zat een kleiner klaphekje voor voetgangers.
Bij de hoofdingang wordt binnen het hek een klein wachthuisje van circa 2 bij 2 meter, met puntdakje, neergezet. Buiten het hek werd een schuilbunker gebouwd in de berm van de Amersfoortsestraat. Dit is een ronde schuilplaats gemaakt van bakstenen met binnen een vorm van een slakkenhuis.

De waterzuiveringsbunker werd door de Duitsers ingericht en gebruikt als nood-telefooncentrale. Deze bunker bevond zich grotendeel ondergronds en werd gesplitst in 3 compartimenten. De reguliere Hoofdcentrale zat in het bureelgebouw.

Om de afzonderlijke kazerne-gebouwen werden scherfmuren geplaatst, die bomscherven en kogels moesten opvangen, om te voorkomen dat ze door de ramen, deuren of buitenmuren het gebouw binnenvlogen.

Tussen het hoofd-wachtgebouw, de kantine en de directiekeet werd een klein vierkante stenen optrek gebouwd. De initiële functie van dit gebouw is onbekend. Na de bevrijding bleek het gebruikt geweest te zijn als varkenshok. Met schillen en andere etensresten uit de keuken werden hier varkens vetgemest om geslacht te worden. Dit zal tijdens laatste oorlogsmaanden of tijdens de Canadezen legering geweest zijn. Het gebouwtje is echter te degelijk om als varkensschuur ontworpen te zijn.

Het badhuis op de Dumoulinkazerne komt uiteindelijk in 1941 klaar en in gebruik. Tot die tijd gebruikten de Duitsers het oude houten badhuis uit 1914-18 aan het einde van de Richelleweg. Kort daarna brandt het oude badhuis af. Op 10 juni 1940 brandde ook al een nabij gelegen houten barak af, het vroegere veldhospitaal van het oude Genie-Kamp.
In het badhuis kon gedouched en gebadderd worden. Volgens het oorspronkelijke Nederlandse vooroorlogse ontwerp zou dit gebuw gaan bestaan uit 3 compartementen, met het badhuis in het midden, de in het zelfde gebouw de keukens.
De Duitsers veranderde dit echter. De keuken werd verplaatst naar het kantinegebouw en in het badgebouw kwam een bibliotheek en spel- en ontspanningsruimte.

Tussen de schoorstenen van het ketelhuis werd een plateau geplaatst, welke dienst deed als mitrailleursnest. Er werd een 7,9 mm MG mitrailleur opgeplaatst als lichte luchtafweer tegen aanvallende vliegtuigen.

De vier logiesgebouwen hadden ieder twee verdiepingen en een zolderverdieping. Langs een lange gang zaten aan weerszijde deuren naar de slaapvertrekken. In de slaapvertrekken stonden meerdere ijzeren britsen tegen de muren alsook de ijzeren kasten voor de kleding en persoonlijke uitrustingsstukken  van de manschappen. In het midden stonden één of twee houten tafels waar de manschappen aan konden zitten om een spelletje te doen, een kaartje te leggen, een brief te schrijven en dergelijke.Er waren aparte vertrekken met wasbakken en kranen en mogelijk urinoirs. Op de begane grond waren enkele vertrekken in gebruik als kantoorruimte en opslagruimtes.

De toiletten bevinden zich in aparte toiletgebouwen aan de zuidkant van de gebouwen.


De vier logies-gebouwen waren genummerd met Romeinse cijfers. De meest westelijke had nummer I. De meest oostelijke nummer IV.
Het pand werd betreden door een portiek. Aan de kopse kant (noord) ware een aantal kantoor en opslag ruimtes.Door een gang liep men door het midden van het gebouw naar de zuidelijke kant van het gebouw met aan weerszijde slaapruimtes. De gangmuren waren oorspronkelijk niet helemaal dicht, maar tot op borsthoogte, zodat de wacht er vanuit de gang overheen kon kijken. Uiteindelijk zijn die toch gewoon dichtgemaakt. Aan het einde van de gang was een oriëntatielicht, om tot het einde van de gang te kunnen lopen in het duister, waar de wasruimte was met een aantal wasbakken en twee lagere bakken om de voeten te kunnen wassen. De begane grond en eerste verdieping waren vrijwel identiek, met verschil dat aan de noordse kipse kant op de eerste verdieping de onder-officierskamers waren. Op de zolder was nog ruimte voor opslag en noodlogies.
Aan de zuidkant van de gebouwen zat een zaal. Deze werden gebruikt bij de gebouwen I, II en III als eetzaal annex les/instructie zaal. Bij gebouw IV is deze zaal groter. Deze zaal was in gebruik als Gym-zaal. Er lag een houten vloer die strak in de was stond en er stonden gymnastiek toestellen zoals bok, paard en wandrekken. Tevens hingen er touwen en ringen.

 

De keuken- en kantine-gebouw bestond uit drie compartimenten. Het oorspronkelijke ontwerp door het Nederlandse leger was 3 de officierskantine in de noordkant, de manschappenkantine in het midden en de kantine voor de onderofficieren aan de zuidkant. De Duitsers verplaatsten de geplande keuken uit het badgebouw naar de noordelijk ruimte van het kantine gebouw, waar ze kelders aanbrachten voor de opslag van drank en proviand. In het midden was er een grote eetzaal voor de manschappen, met podium. Aan de zuidkant een aparte zaal voor de (onder)officieren. De eet- en ontspanningsruimte voor de officieren bevond zich waarschijnlijk in een gevorderde villa in het perceel ten oosten van de kazerne. De houten noodkeuken naast paviljoen I werd overbodig na het in gebruik nemen van het keuken-kantine -gebouw en werd vervolgens gebruikt als paardenstal.        Duitse Luftwaffe soldaten op het exercitieplein met op de achtergrond de kantine. (Foto collectie SLS39-45, fotograaf ombekend)

 

 


 
 
Het wachtgebouw en het bureelgebouw waren van buiten vrijwel identiek van vorm. Een gebouw van twee verdiepingen plus zolder, dwars ten opzichte van de Amersfoortsestraat, met een trappenhal aan de frontzijde. Aan de achterzijde loodrecht tegen het gebouw een éénverdiepingsvleugel. Bij het wachtgebouw was de vleugel in gebruik als cellencomplex, inclusief ommuurde luchtingsplaats. Bij het bureelsgebouw was de vleugel ingericht met 3 garageboxen voor stafauto’s van de Kazerne-officieren en opslagruimtes.
 
Op de foto links uit collectie SLS39-45 de twee gebouwen te zien vanaf het exercitieplein, waar op dat moment luftwaffetroepen geinspecteerd worden door een officier.

 Het Garage-gebouw en de houten barakken ten zuiden van het paviljoen vielen tijdens de Duitse periode buiten het kazerneterrein. Het garage gebouw was een werkplaats + ruimte voor opslag. Tegen de westkant van het gebouw stond een hoge mast met aanvlieglicht. Dit was een witte lamp die van biven was afgeschermd. De spanning kon met een schakelaar geregeld worden zodat de lamp feller dan wel flauwer ging schijnen. 

De grote houten barakken waren voor opslag materieel, voorraden en werktuigen tijdens de bouw van het complex, waarvan enkele later deels verstevigd werden met bakstenen. De kleinere gebouwen waren een scala aan bouwketen.

 


 
Plattegrond 1940-1945
Na-oorlogse gebouwnummering gebruikt ter referentie huidige situatie.
 
S: Schuilbunker voor schildwacht, gesloort jaren 60
D2: Bureelgebouw met 3 garages en 2 opslagruimtes in achterstuk
D12: Wachtgebouw + cellen
D13: Duits gebouwtje/varkenshok
D25: Houten barak, voormalige directiekeer (gesloopt)
D11 : Kantine- en keukengebouw
D5: Badhuis (verbouwd 1984)
D6: Ketelhuis
D7: Paviljoen I
D8: Paviljoen II
D9: Paviljoen III
D10: Paviljoen IV
D15 + D16: Toiletgebouwen
D19: Duitse wachtgebouw (gesloopt jaren 70)
T1: Transformatorhuisje
TB: Telefoonbunker (gesloopt jaren 80)
B: Barak (noodkeuken / stal), afgebrand 1944.
Nabij de Noodkeuken stond nog een varkensstal, vermoedelijk het gebouw op de plattegrond onder de telefoonbunker.
 
In het midden het excercitieplein.
 
Vooroorlogse gebouwen door de Duitsers buiten de kazerne gehouden:

D21: Garagegebouw
D28: Barak 1,vernield bij een bombardement
D22: Barak 2, driekwart vernield
D27: Barak 3 (driekwart afgebrand 1948)
D23: Barak 4, latere wachtgebouw
H1: Houten gebouw
H2: Houten gebouw
H3: Houten gebouw
H4: Houten gebouw
 
Bron plattegrond: Aanmaak SLS39-45, met dank aan de heer C. Weerdesteijn.

 Luchtaanvallen

De kazerne was een bekend doelwit voor de geallieerden vliegers en heeft een paar aanvallen te verduren gehad. In de eerste oorlogsjaren waren de lichte RAF-bombardementen niet zwaar en nauwkeurig en hoewel er bekend is dat er bommen in de directe omgeving zijn gevallen, is er geen relevante treffers en schade bekend in de eerste oorlogsjaren.
April 1941 liep de kazerne wel beschadigingen op door de zware explosies op de Leusderheide tijdens de grote brand op het munitiecomplex. Met name glasschade, afgevallen dakpannen, ontzette kozijnen en dergelijke.

Op 8 Maart 1944 vlogen er wederom scherven over het kazerneterrein. Deze dag werd het vliegveld Soesterberg grootschalig gebombardeerd. In de ochtend werd het vliegveld zwaar gebombardeerd, waarbij de meeste bommen vielen op de Dolderse kant van het veld. Tot grote verrassing volgde ’s middags nog een bombardement met 73 vliegtuigen, waarbij er meer gemikt werd op het zuid-oostelijke deel van het vliegveld.  Een of meerdere vliegtuigen lieten hun bommen vallen in de lijn van de Amersfoortsestraat ter hoogte van de Dumoulinkazerne. De bommenlading was een mix van brandbommen, brisantbommen en splinterbommen. Ondanks dat de bommen allen vielen in de directe omgeving van de kazerne, waren het slechts splinterbommen die het kazerneterrein beschadigden, terwijl 7 woningen aan de Amersfoortse straat volledig vernield werden door voltreffers of uitslaande branden. Bovendien werd vlak voor de Dumoulinkazerne een wagen die op het vliegveld te werk gestelde gevangenen terug bracht naar Kamp Amersfoort geraakt door rondvliegende scherven. Dit nam het leven van 23 gevangenen en 3 bewakers. De bestuurders en overige gevangen wisten te schuilen in mangaten en meerdere gevangenen namen van de gelegenheid gebruik om te vluchten. De vlijmscherpe dunnen splinterscherven raakten ook omwonende. Oud-vliegenier Bosch die naast de kazerne woont op Amersfoortsestraat 78E wordt dodelijk getroffen door scherven. Zijn vrouw overleeft het met scherfwonden in haar rug. Ook op het tegenoverliggende Amersfoortestraat 73 werd de vrouw des huize gewond door een scherf.
De gewonden van de Amersfoortsestraat werden overgebracht naar het Elizabeth-ziekenhuis in Amersfoort. Totaal werden hier 34 slachtoffers van het bombardement verpleegd. Dit waren voornamelijk gevangenen van Kamp Amersfoort.

 


  Foto links (fotograaf R. de Mos): 

Scherfinslagen van de splinterbommen zjin nog altijd te zien op het kazernement, zoals in de muurtjes van het hekwerk aan de Amersfoortsestraat en de muurtjes van het excercitieterrein. Op de foto schade aan de muur aan de zuidzijde van het bureelgebouw. Dit toont aan dat de bommen niet alleen op en langs de Amersfoortsestraat vielen, maar ook op het terrein zelf.
 
De exacte schade en aantal slachtoffers op het kazerneterrein is ons niet bekend.
 
De schrik zat er bij de Duitsers goed in en belangrijke eenheden werden uit de Geniekazerne verplaatst naar Zeist en Zutphen (bron: VOD 3-21 Maart 1944)

 

Op 23 december 1944 vond er een gericht aanval op de kazerne plaats. Een groepje jachtbommenwerpers (Typhoons en Spitfires) van de Britse 2nd Tactical Air Force deden in de middag een aanval op de DuMoulinkazerne en het terrein op de Vlasakkers. De DuMoulinkazerne kreeg daarbij treffers van enige raketten. De paardestal (voorheen noodkeuken) vloog in brand. De Soesterbergse brandweer rukt om 15.06 uur uit om de brand te blussen, maar de stal is niet meer te redden. Verdere raketinslagen zijn er in het meest westelijke paviljoen, de telefoonbunker en het badhuis, waarbij ook het ketelhuis beschadigd raakt. 

Foto's onder: Het ketelhuis in de jaren 90. De bakstenen schoorstenen zijn inmiddels verdwenen, maar de reparatie van de muurschade door het bombardement is nog altijd te zien aan het kleurverschil van de bakstenen.

 

 

Ook op 22 februari 1945 beschoten 1 of meerdere jachtbommenwerpers Duitse troepen in de regio van de Amersfoortsestraat  tussen de DuMoulinkazerne en Hebron. De Dumoulinkazerne was echter die tijd al niet meer vol in gebruik. Sinds Oktober 1944 was de rol van het vliegveld uitgespeeld en ook de ondersteunende Luftwaffe inrichtingen zo vlak bij het naderende front. In November overnachtten enkele honderden hollandse burgers die waren opgepakt bij razzia's op doortocht naar Amersfoort in de kazerne. Hieruit blijkt dat de kazerne op dat moment geen volle legering van soldaten had. De bschadigingen van December 1944 hebben de Duitsers ook niet meer de moeite genomen om te repareren.

Na de bevrijding

Na het vertrek van de Duitsers namen de Canadezen de kazerne in gebruik. Niet alleen de kazerne maar ook de eerder door de Duisters gevordere omliggende villa's.
Zo ook de villa op Amersfoortsestraar nummer 80A: Dit was het woonhuis van Aalmoezenier Van Stralen. 
Door de Canadezen gebruikt van 16 Mei 1945 tot 7 November 1945. Op die dag brandde het huis totaal af door een uit de hand gelopen feest van de Canadezen. Vermoedelijk hebben zij met lichtkogels geschoten en is zodoende het rieten dak in brand geraakt. Toen de brandweer bij het brandende huis arriveerden lagen dronken Canadese soldaten buiten op britsen hun roes uit te slapen.

In November-December 1945 vertrokken de laatste Canadese troepen uit de DuMoulin-Kazerne en omliggende terreinen. Hun taak zat er op en na jaren van huis te zijn geweest was de tijd nu gekomen om terug te keren naar hun eigenlijke leven in hun geboorteplaats. De DuMoulin Kazerne werd weer overgegeven aan het Nederlandse Leger, die de kazerne echter niet meteen volledig in gebruik konden nemen. Bijna 6 jaar inlegering van mannelijke soldaten, ver van huis, had zijn tol geëist. De gebouwen waren slecht onderhouden en er was flinke puinhoop gemaakt. In sommige vertrekken lag het vuilnis bijna een meter hoog opgegooid. De schade van het bombardement van 23 december was nog niet gerepareerd. Bijkomend gevolg was dat het ketelhuis al die tijd niet meer functioneerde, waardoor de waterleidingen door de heftige vorst kapot waren gevroren.

Zwart-wit foto's onder: Nederlandse arbeiders tijdens de herstelwerkzaamheden winter 1946, met op de achtergrond de beschadiging te zien aan de achterzijde van het badhuis door de luchtaanval van 23 December 1944. Rechts dezelfde lokatie in de jaren 90. (Fotos SLS39-45, met dank aan wijlen C. Weerdesteijn)

   

De kazerne bood onderdak aan het net opgerichte 1e Bataljon Uitrustingstroepen. Per 1 februari 1947 werd deze naam gewijzigd in het Regiment UitrustingsTroepen (R.U.T.). Een grap uit die tijd ging dat de naam eigenlijk Korps UitrustingsTroepen zou heten, maar dat men in verband met de afkorting hier van af zag. Veel manschappen van het R.U.T. werden in een hoog tempo klaargestoomd voor vertrek naar Indonesië. De logiesgebouwen zaten bomvol. Om iedereen te kunnen legeren werden de britsen vervangen door stapelbedden. Tevens werd er voor extra opslagruimte een rij Romneyloodsen geplaatst op de plek waar voorheen de noodkeuken/paardenstal stond.

Foto Onder: De kazerne gefotografeerd vanaf het Flak-platform tussen de schoorstenen van het ketelhuis, circa 1947. Rechts de romneyloodsen. Tevens is te zien dat de Duitse scherfmuur om paviljoen I toen nog aanwezig was. Niet veel later zijn die afgebroken.


Slechts een deel van de Genie maakte gebruik van de DuMoulin-kazerne; De Genie-school voor de opleiding van het kader en specialisten. Met name de Mijnenschool en de Camouflageschool waren hier bekend van. In 1948 brandde één van de vooroorlogse barakken af. Het restant wat bespaard bleef werd later de DoKa (gebouw D27). Tevens werden de houten gebouwen ten zuiden van het Garagegebouw aangepakt. Het eerste gebouw ten zuiden van de Garage werd verstevigd met een gedeelte bakstenen en werd het nieuwe wachtgebouw. De overige 4 houten gebouwen werden afgebroken/verplaatst. Het Duitse stenen wachtgebouw werd ergens jaren 70 afgebroken.