DuMoulin-kazerne

De bouw van de Dumoulinkazerne 

In de tweede helft van de jaren 30 werd door het Ministerie van Defensie besloten dat voor Genie-troepen van Hoogte 50 een permanente stenen Kazerne-complex gebouwd moest worden. Gekozen werd voor een perceel aan de Amersfoortsestraat ten noorden van Hoogte 50, tussen de huisnummers 78 en 80. De daarop volgende opdracht luidde "Het bouwen van een kazernement voor een Bataljon Pioniers en een Compagnie Spoorwegtroepen te SOEST". Onder beheer van het tweede Commandement van de Genie ter Amersfoort werd deze taak uitgevoerd door meerdere onderaannemers. Het perceel werd voorheen gebruikt voor het verbouwen van rogge en tarwe. De Soesterbergse firma Tammer werd aangenomen om de grond bouwrijp te maken. Vanaf de Amersfoortsestraat glooide het terrein behoorlijk naar beneden en grote hoeveelheden grond werd uitgegraven en geŽgaliseerd. De jonge firma begon de klus met een wagenpark van twee auto's, maar al gauw waren er dat er vijf. (Hoewel zij in de oorlog niet voor de Duitsers wenste te werken en zich tijdelijk bezig hielden met het vervoer van melk, zijn zij nu 60 jaar later een groot en bekend grondwerk bedrijf). Een andere onderaannemer was Huygen en Wessel N.V. voor het plaatsen van de (water-)installatie in de centrale regelkamers. Overkoepelend boven de aannemers werd een Directie aangesteld. Een directiekeet werd geplaatst in de noordoosthoek van het perceel. 

Het te bouwen kazernement zou in ieder geval gaan bestaan uit 1 bureelgebouw, 1 wachtgebouw, 1 kantinegebouw, 4 logiesgebouwen, 1 badhuis en 1 ketelhuis. Het ketelhuis zou 3 stoomketels krijgen. Alle bovengenoemde gebouwen kregen Centrale Verwarming. En er was warmwatervoorziening voor het badhuis. Daarvoor werden 2 boilers met elk een inhoud van 2500 liter geplaatst alsmede 2 extra identieke boilers, met functie als voorboiler en overstroomboiler. De waterafvoer en riolering werd aangesloten op de hoofdriolering van de Amersfoortsestraat. Apart van deze gebouwen waren een garage/werkplaats en waterzuiveringsbunker op het terrein gepland, alsmede een transformatorhuisje in de noordwest hoek van het terrein. Met de bouw werd aangevangen in 1937. Voor en gedurende de bouw werden er verschillende houten bijgebouwen op het terrein opgebouwd. De architectuur van de kazerne kwam van de hand van Kapitein der Genie A.G.M. Boost. Het ontwerp was min of meer standaard voor een Regimentskazerne, maar werd per kazerne aangepast aan het beschikbare kavel. Het eind-ontwerp van de Geniekazerne te Soesterberg is uniek, maar sterk gelijkend op bijvoorbeeld de Van der Palm kazerne in Bussum en de Bernhard-kazerne te Amersfoort. De uiterlijke gelijkenissen uitte zich met name in de kleur van de bakstenen en de typische stalen De Vries & Robé kozijnen. 

Tekenend voor de geest van die tijd werd in de bepalingen vermeld dat alle materialen en voorwerpen in de bouw van Nederlandse fabrikaat moesten zijn. Enkel als de buitenlandse materialen en voorwerpen aanzienlijk goedkoper waren kon hier uitzondering op gemaakt worden, mits door de Directie goedgekeurd. Werklieden moesten van Nederlandse of Belgische nationaliteit zijn. Indien een aannemer materialen zou inkopen in Duitsland, dan waren daar bijzondere voorschriften voor. De bouwplaats was afgesloten terrein. Aannemers, werklieden en leveranciers kregen slechts toegang op het terrein op vertoon van persoonlijke toegangsbewijzen. Deze toegangsbewijzen werden uitgegeven door de Eerstaanwezend-Ingenieur der Genie te Amersfoort. Werkzoekenden en onbevoegden mochten niet toegelaten worden tot enig gedeelte van het werkterrein. 

Op 21 december 1938 werd door de toenmalige Minister van Defensie dhr Van Dijk besloten dat de kazerne de officiŽle benaming 'Dumoulinkazerne' zou krijgen. Met deze naam werd Carel Diederik Du Moulin (1727-1793) geŽerd. Du Moulin werkte zich op van een Luitenant der Infanterie tot Directeur Generaal FortificatiŽn, Chef van het Korps der Genie en Chef van het regiment Mineurs en Sappeurs. Een genist van het eerste uur dus. De naam DuMoulinkazerne werd pas na de oorlog op de gevel van de kazerne aangebracht. Voor en tijdens de oorlog wordt de kazerne in de volksmond en in allerlei documenten voornamelijk 'de Geniekazerne' of 'de Pionierskazerne' genoemd. 


 

Veldpost van een dienstplichtige soldaat die duidelijk maakt dat op 3 augustus 1939 een of meerdere paviljoens al in gebruik waren. 


 




Mobilisatie

De algehele mobilisatie vond plaats op 28 augustus 1939. De DuMoulinkazerne was daarvoor in beperkte mate al in gebruik. Zo vond er op 14 augustus op de appelplaats van de kazerne een eedaflegging plaats van Nederlandse officieren.  Ten tijde van de mobilisatie waren de casco's van alle bovengenoemde gebouwen gebouwd. De 4 logiesgebouwen werden tijdens de mobilisatieperiode in gebruik genomen. De bouw aan het badhuis, de twee hoofdgebouwen en het kantinegebouw was nog in volle gang. Ten westen van Paviljoen I werd een houten noodkeuken opgezet. In de kamers aan de noordkop van de paviljoens werden de administratie en facilitaire diensten gevestigd. De Gymzaal van Paviljoen IV werd ingericht als kantine. Voor ontspanning werd gezorgd in de vorm van muzikaal vermaak. Zo heeft een jeugdig Soesterbergs muziekgezelschap een keer gespeeld voor de militairen. Voor douchen en badderen moesten de militairen naar het oude Badhuis van het voormalige interneringskamp. Natgeregende of gewassen kleding kon te drogen gehangen worden in de ruimte boven de eetzalen van de paviljoens I, II en III. 

Gedurende de mobilisatie lagen in en rond Soesterberg overal Nederlandse troepen gelegerd en ingekwartierd. Met name in de gebouwen van het vliegkamp. De Spoorwegtroepen zijn, inclusief kampopzichter Kooman, voor een deel gemobiliseerd in Rotterdam. In Rotterdam is ook het Opleidingsdepot van de Spoorwegtroepen gevestigd. Een deel van het Bataljon Spoorwegtroepen is echter achtergebleven in Soesterberg. In oktober 1939 werden zij onder andere ingezet voor spoorwerkzaamheden in de directe buurt van het vliegveld. Zo hebben zij wisselverbindingen en een verhoogde militaire los- en laadplaats aangelegd bij Den Dolder en soortgelijke handelingen bij de raccordementen van Soestduinen en Baarn. De Dumoulinkazerne werd gebruikt voor de huisvesting van de 20e Infanterie Regiment (20 R.I.).  Deze behoorde tot de Legerkorpsreserve van het 4e LK en bestond uit 4 bataljons (I, II, III en IV). Midden September betrokken zij de kazerne. De beschikbare ruimte was echter onvoldoende en werd ook Kamp van Zeist betrokken. De houten barakken waren echter niet bestand tegen de koude herfstnachten. Tweede helft November werd het gebouw van Kinabu gevorderd en in gebruik genomen door 1-1-20 R.I. (Eerste compagnie van het eerste bataljon van de 20e Regiment Infanterie). Ook het gebouw van Hemalie werd gevorderd door het Nederlandse leger. Beide gelegen aan de Amersfoorstestraatweg op loopafstand van de kazerne. Tevens werden officieren bij families ingekwartierd.

De militairen van I-20 R.I. trokken dagelijks van Soesterberg naar Woudenberg, om daar hun stellingen aan te leggen. Tevens werden er oefeningen gehouden op de Leusderheide en moest er plaatselijk wacht gelopen worden. In April was de oorlogsdreiging zodanig opgelopen, dat ze de stellingen in Woudenberg permanent moesten bezetten en daar inkwartiering hadden.

 

II-20 R.I. lag in reserve op de kazerne. IV-20 RI verzorgde de bewaking van verschillende militairen gebouwen in de regio. III - 20 R.I.: was belast met de bewaking van het vliegveld Soesterberg. Op 4 Mei verplaatsten ze hun kwartieren van de DuMoulinkazerne naar het terrein op het vliegveld, alwaar ze de verdedigingsposten moesten inrichten en bemannen. De keukenvoorziening en de paarden bleven achter op de DuMoulinkazerne. De maaltijden werden daar bereid en vervoerd naar de verblijven op het vliegveld. Ook toen de eenheid vanaf 12 Mei ingezet werd in de regio van Maarn, werden de maaltijden vanaf de DuMoulinkazerne per vrachtauto aangeleverd.
Voor een compleet verslag van III - 20 R.I. deze Meidagen, zie http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=vijf-dagen-oorlog-in-nederland-10-t-m-14-mei-40


Links: Hospik Henk Kuiper van I-I-20 R.I. met 3 kameraden voor het gevorderde gebouw van Kinabu. Foto: Dhr. T. Kuiper.

Het Stafkwartier van de 8e divisie was 1940 gevestigd in kamp Hoogte 50, op anderhalve kilometer ten zuid-oosten van Soesterberg. Bevelhebber van de 8e Divisie (op zichzelf weer onderdeel van het IVe Legerkorps) was kolonel A de Vries. Zijn commandopost was gevestigd in en bij de school voor wijsbegeerte ten oosten van Oud Leusden. Onder de 8e Divisie vielen 5 R.I., 16 R.I., 20 R.I., 5 R.A. en de 3e afdeling van 18 R.A..


 

De bouwwerkzaamheden aan de Dumoulinkazerne gingen tijdens de mobilisatie door. In de Meidagen van 1940 waren ze echter nog niet voltooid. De hoofdgebouwen, het badhuis en de kantine waren ook toen nog niet geheel gereed. 


Het wachtgebouw in aanbouw zijnde. 

Foto: Dhr. A. Knook

 


Oorlogsdagen Mei 1940

Op de eerste oorlogsdag werd II-20 R.I. verplaatst naar Leiden om deel te nemen aan de strijd tegen de Duitse parachutisten. Het is o.m ingezet bij de Wassenaarse Slag. I-20 R.I. lag sinds April al in stelling te Woudenberg en III-20 R.I. was naar het vliegveld vertrokken. Om de bewaking van de Dumoulinkazerne over te nemen werd op 10 Mei 20 M.C. (20e Mitrallieur Compagnie) vanaf de Bernhardkazerne te Amersfoort gedirigeerd naar de kazerne te Soesterberg. Op 12 Mei vertrokken zij naar Doorn en wordt de bewaking over genomen door I-43 R.I., de vanuit de IJsselline kwam.

De Grebbelinie en achtergebied tussen Woudenberg en Amersfoort was toegewezen aan het 4e Legerkorps van het Nederlandse leger. Onderdeel van dit Korps waren het 1e en 5e Regiment Huzaren (R.H.). De opdracht van 1 R.H. en 5 R.H. luidde; 'het vertragen, in het toegewezen vak, van een vijandelijke opmars op de Veluwe met als zwaartepunt de kunstweg Amersfoort-Zwolle. Na uitvoering van deze opdracht dient met zoveel mogelijk troepen intact als reserve binnen de stelling verzameld te worden in de omgeving van Soesterberg-Huis ter Heide'. Hierbij kwam 5 R.H. onder bevel van C-1 R.H..De Commandant van 1 R.H. was sinds 1 mei 1940 luitenant-kolonel D.A. Camerling Helmolt. Het Eerste Regiment Huzaren bestond in de Meidagen uit:Regimentsstaf met verbindingsafdeling1e en 2e eskadrons (paarden) (1-1 en 2-1 R.H.) plus het 1e eskadron (paarden) van 3 R.H. (1-3) 3e, 4e en 5e eskadron (rijwielen) a 4 pelotons (3-1, 4-1 en 5-1 R.H.)mitrailleurs eskadron (motorrijwielen) a 4 sektiessectie mortieren (twee stukken van 8 cm op autoís)Sectie Pantserwagen (van Korps Rijdende Artillerie)Eskadron Pag (Pantserafweergeschut) a 2 secties van 2 stukken 4,7 cm, getrokken door Pag-trekker   

Op 10 Mei, om 23.20 uur gaf C-IV-L.K. aan C-1 R.H. de opdracht :'Alle bereden Eskadrons, dus geheel 5 R.H., 1-1 R.H., 2-1 R.H. en 1-3 R.H., met alle voertuigen terug naar nieuwe Geniekazerne te Soesterberg'. Om 00.01, dus net 11 Mei, kwam bij de commandopost van 5 R.H. het bevel binnen van C-1 R.H. dat;'5 R.H. gedurende duisternis via Amersfoort zich moest verplaatsen naar het bedekte terrein tussen Soesterberg en Huis ter Heide '. De geniekazerne werd in dit bevel niet genoemd, kennelijk werd deze vrijgehouden voor de onderdelen van 1 R.H.. Om circa 04.00 uur was 5 R.H. verzameld in het gebied tussen Soesterberg en Huis ter Heide. De eskadrons 1-1 en 2-1 R.H. en 1-3 R.H. namen elk ook hun tocht naar het aangewezen gebied. Zo reed 2-1 R.H. onder aanvoering van Ritmeester Six van Hoevelaken naar Amersfoort en vanuit daar over de Amersfoortsestraat langs de DuMoulin kazerne naar Huis ter Heide. Ritmeester Six had onder andere in de Willem III kazerne te Amersfoort gelegerd gelegen en wist zijn troepen feilloos de weg te wijzen. De Commandopost C-5 R.H. werd gevestigd op villa Beukbergen, de troepen met hun honderden paarden lagen gelegerd in het beboste gebied aan de zuidkant van de weg. Tegen het middaguur aan werd 2-5 R.H. verplaatst naar de omgeving van de piramide van Austerlitz en 1-3 R.H. naar de omgeving van Soestduinen. 1-5 en 3-5 R.H. werden verplaatst naar Weesp en 1-1 en 2-1 naar Nieuwersluis. Circa 2/7e deel van het personeel en de paarden bleven achter. Op 12 Mei krijgen 2-5 en 1-3 R.H. nog bevel op te treden tegen vermeende parachutisten op respectievelijk de Leusderhei en de Vlasakkers. De schrik zat er goed in en op beide terreinen opende de soldaten het vuur op een onzichtbare vijand. Het bleek loos alarm.
De overige onderdelen van 1 R.H. raakten verstrikt in  verschillende gevechten ten oosten van Amersfoort. De vermoeide troepen, die vanaf 9 Mei geen rust meer hadden gehad, kregen in het begin van de avond (18.10 uur) van 12 Mei eindelijk het bevel om tot rust te komen. Hiervoor werd de geniekazerne te Soesterberg gebruikt. Tussen 21.00 en 22.00 uur kwamen de troepen hier aan, waarna appél werd gehouden. De verzamelde troepen van 1 R.H. bestonden uit: De Regimentsstaf, het Mitrailleur eskadron (minus 1 sectie), het Pag eskadron en het gehavende 5e eskadron (36 man waren gevangen genomen, gedood en vermist). Het 3e en 4e Eskadron waren tijdens hun moedige gevechten door de Duitsers overmeesterd. Namens de commandant IVe Legerkorps werden de troepen geloofd voor hun optreden. Bij de troepen bevond zich ook het 1e peloton van het 2e eskadron Pantserwagens met 5 M38 Pantserwagens. De zesde pantserwagen was tijdens de gevechten van 11 Mei beschadigd geraakt en voegde zich na reparatie op 12 Mei alsnog bij het eskadron op de DuMoulin kazerne. Na het appél was er de gelegenheid om te eten (de voedselvoorziening was uitstekend) en te slapen. Enkele zieken en lichtgewonden werden door de medische eenheid behandeld. De situatie was hachelijk, zeer veel troepen in de kazerne en een massa voertuigen op het kazerneterrein. In verband met mogelijke luchtaanvallen werden de troepen in de loop van de nacht meer over de omgeving verspreid, met gebruikmaking van de villa's aan de Amersfoortseweg. Zo was de commandopost en de staf van de medische eenheid ondergebracht in het huis van de Aalmoezenier  Van Stralen, op de oprijlaan naar dit gebouw stonden twee troepenverbandauto's en drie gewondenauto's onder dekking van de bomen opgesteld. Ook andere villaīs en Hemalie, die al sinds de mobilisatie door het Nederlandse leger gevorderd was, werden gebruikt. In de ochtend reed de regimentsarts van het 1e Regiment Huzaren langs de onderdelen om te kijken of er veel zieken waren. Wat hem daarbij opviel was dat de mensen sterk vermoeid waren. De fut was er bij het merendeel uit. Van de nacht van 8 op 9 mei waren de officieren niet meer uit de kleren geweest. Van slapen was de afgelopen nacht ook praktisch geen sprake geweest, daar er alleen gelegenheid was om op een stoel wat in te dutten. Veel militairen hadden pijnlijke voeten. De voedselvoorziening was uitstekend, alleen werd er wel eens geklaagd dat de kuch te oud en te droog was.
Eveneens in de ochtend van 13 Mei werden de pantserwagens van 1-2 Esk Paw enige malen naar de Vlasakkers en naar De Kamp gestuurd voor het opsporen van gemelde Duitse parachutisten, er werd echter niets waargenomen. Voor de rest van de dag werden er geen bijzonderheden gemeld. Tussen 18.00 en 19.00 uur kwam in het kader van de algemene terugtocht op de vesting Holland het bevel voor 1 R.H. en 5 R.H. om 20.30 via Utrecht af te marcheren naar Haarzuilens, alwaar de uiteen gevallen colonne tussen 02.00 en 04.00 uur aankwam.  De aftocht van de Nederlandse troepen ging gepaard met haast, chaos en paniek. De DuMoulinkazerne lag vol met her en der verspreide al dan niet onbruikbaar gemaakte/geraakte uitrustingsstukken, wapens, munitie en ander materieel. Overal langs de Amersfoortsestraat en het fietspad tussen de DuMoulin kazerne en de Leusderhei lagen achteloos neergesmeten spullen van de terugtrekkende soldaten. Op Hoogte 50 werden meerdere (vracht)autoís en motorfietsen grondig vernield en achtergelaten.


Huzaren te paard op het kazerne-terrein.


Fotograaf onbekend. Uit fotocollectie DuMoulinkazerne

 




 

Drukte op de appélplaats van de Geniekazerne in Mei 1940. Op de achtergrond de nog in aanbouw zijnde hoofdgebouwen.

Fotograaf: Dhr. A. Knook