Feld-Luftmunitionslager 7/VI Soesterberg

Met de uitbouw van vliegveld Soesterberg naar een complete Fliegerhorst werden er meerdere munitieopslagplaatsen aangelegd. Een groot munitiedepot verscheen al spoedig op de Leusderheide op het Hoogte 50 terrein.

In eerste instantie had het de benaming Munitions-Niederlage Soesterberg. Naast bommen en boordmunitie lag er ook alle andere denkbare munitie voor Luftwaffe-troepen opgeslagen, zoals luftafweer en grondtroepen.

Al snel werd het een regionaal munitiedepot en in 1941 veranderde het in de naam Feldluft-Munitionslager Soesterberg en vervolgens in 1941 Feldluft-Munitionslager 7/VI.

De Luftwaffe had in Nederland meerdere grote munitieparken voor regionale toelevering van alle soorten munitie in gebruik bij de Luftwaffe. Niet alleen bommen, zeemijnen en boordmunitie, maar ook FLAK-munitie en alle denkbare munitie voor grondtroepen.

Voor Luftgau VI waren dat in Nederland:

Feld-Luftmunitionslager 15/VI, Mook 
Feld-Luftmunitionslager 8/VI, Loon op Zand
Feld-Luftmunitionslager 1/XI, Naarden 
Feld-Luftmunitionslager  32/VI, Honswijk 
Feld-Luftmunitionslager  33/VI, Zwijndrecht
Feld-Luftmunitionslager  40/VI, De Steeg 
Feld-Luftmunitionslager  7/VI, Soesterberg
Minenlager 3/XI, Stroe
Luftminenzug 9, Deelen

Nota Bene, de organisatie-structuur en exacte benamingen wisselde nogal in de jaren.

Op 1 Augustus 1942 was het organisatieplan voor Feldluftpark 5/III Holland als volgt:

Org.4 Leiter Hptm.Senkbeil - Amsterdam

Nachschub Bezirk Nord (Major Stenmaier - Soesterberg)
1.       Feld. Mun. Lager 7/VI Soesterberg
2.       M.A.S.T. Naarden 1/XI (L.V.Utrecht)
3.       Mun. Zw.L. Weesp (Lg. Vermittl.)
4.       Mun. Zw.L. Hilversum (L.V. Utrecht)
5.       Mun. Zw.L. De Steeg.
6.       Mun. Zw.L. Nigtevecht.

Nachschub Bezirk Süd (Major Wagner - Loon op Zand)
1.       Feld.Mun.Lager  8/VI Loon op Zand
2.       M.A.S.T.  33/VI Zwijndrecht (L.V.Utrecht)
3.       M.A.S.T. d.Lw. 32/VI Honswijk (L.V.Utrecht)
4.       Mun. Zw.L. Weert.
5.       Mun. Zw.L. Mook.

Deze munitieopslagplaatsen leverde munitie uit naar allerlei Luftwaffe eenheden. Het uitgiftepunt noemde men Munitions Ausgabe Stelle (M.A.St.). Elk Munitionlager had zijn eigen Ausgabe Stelle. Voor Soesterberg was dat Munitions Ausgabe Stelle (M.A.St.) 7/VI. 

Aanvoer en afvoer gebeurde grotendeels per trein en per vrachtwagens en ging vanuit Soesterberg niet alleen naar Fliegerhorst Soesterberg, maar ook naar de andere munitiedepots (MunitionsZwischenLager) in het Nachschub-bereik. Op de Fliegerhorsten waren weer aparte kleinschaligere munitieparken.

Feld-Luftmunitionslager 7/VI Soesterberg bevond zich op de Leusderheide, op het gebied van het voormalige Hoogte 50 en bijbehorende oefenterrein. De infrastructuur van het munitiepark zou in de loop van de tijd steeds concreter worden. In eerste instantie lag de muntie op houten vlonders in ondiepe kuilen in de hei, omgeven met een aarden wal. 

 

Munitie-opslag in de eerste fase op de Leusderheide, circa nazomer 1940.

Fotograaf onbekend.
Uit persoonlijk foto-album soldaat Luftwaffe Bau-kompanie.

Collectie SLS39-45

 


Grote brand 18 april 1941

De dag 18 april 1941 zou een behoorlijke impact hebben op de uitbouw en structuur van het munitie-opslaggebied.

Ongeveer 12.30 brak er een brand uit op de Leusderheide, die zich door het droge weer en straffe wind snel uitbreidde en groot deel van de Leuderheide oncontroleerbaar in brand zette, inclusief het terrein van de Munitions Lager. De meeste munitie lag opgeslagen in nissen gemaakt van aarde wallen en zandzakken, of zelfs gewoon los in de heide. Niet bescherm tegen een brand. Spoedig ontplofte dan ook opgeslagen munitie als gevolg van de brand, wat het blussen verder onmogelijk maakte. Bovendien wakkerde de explosies met luchtdruk de brand verder aan en onstonden nieuwe vuurhaarden door weggeslingerde gloeiden scherven. Ruim 300.000 kg opgeslagen munitie ging die dag verloren. Voor een uitgebreid (foto)verslag over deze gebeurtenis klik hier: Brand Leusderheide 18 April 1941

 

Foto's boven: Door de brand ontplofte vliegtuigbommen. Foto's genomen door een nabij gelegerde Flak-soldaat. Collectie SLS39-45

Nieuwbouw munitiepark

Na een periode munitierestanten ruimen na de brand van april 1941 werd er druk gewerkt aan een nieuwe opzet van het munitie-opslaggebied. De bommen kregen veiligere bunkers die herhaling van de ramp van 18 april moesten voorkomen. Deze bunkers waren half in de grond gegraven en hadden 2 muren met afmetingen van circa 5x3 meter. Ze waren voornamelijk opgetrokken uit witte kalkstenen, maar ze waren er ook van rode bakstenen. De dikte van de muren bestond uit 2 bakstenen in de breedte met daartussen 1 in de lengte. Op de muren zaten kleine rails, met daarop een asbest dak wat over de bunker gerold kon worden m.b.v. de rails. Daarvoor zat een dikke stalen kabel aan het dak. Op deze manier konden de bunkers gemakkelijk geopend worden voor het laden en lossen en daarna veilig afgesloten worden. Om de bunker heen zaten verzinkte ijzeren strips als bliksemafleiders. Er werd een netwerk van betonnen wegen van 4- 5 meter breed aangelegd, met aan weerskanten op enige afstand de munitie-bunkers. Voor de bouw van de munitiebunkers werden grote hoeveelheden witte zandstenen via de tram vanuit Rhenen naar Soesterberg gereden. Ter hoogte van het Cenakel werden ze afgeladen en naar de Leusderhei vervoerd.

 

Munitie-opslag op de Leuderheide na de grote brand in April 1941.

Fotograaf onbekend.

Uit boekwerkje Zwischen Ems Und Schelde 1942

Bovenop de witte stenen muur is de rails te zien waarover het dak geschoven kon worden.

Er werd flink geïnvesteerd in een vaste infrastructuur en ook de bossen achter Kamp van Zeist werden ingericht als munitiedepot.

In April 1942 vroegen de Duitse autoriteiten toestemming om de bestaande kruising van de trambaan en het smalspoor in de Amersfoortsestraat bij het Cenakel weer in gebruik te nemen. In mei 1942 vorderden ze 3000 meter smalspoorrails ( 70 cm) en nog in het voorjaar van 1942 lag er een nieuwe smalspoorbaan op het oude traject vanaf het vliegveld over de Korndorferlaan met een aftakking naar Kamp van Zeist en naar Hoogte 50.

 

De ingang van het Munitionslager en Ausgabe Stelle lag aan het einde van de huidige Laan van Blusee van Oud Alblas en werd vanaf de Amersfoortseweg bewijzerd met een bord met de vermelding 'M. A. St.'. Een hier gelegen woonvilla was gevorderd en hierin was de administratie, commandant en wacht ondergebracht. Hier was toegang tot een met hoge ijzeren hekken afgesloten gebied. De afsplitsing van de smal-spoorlijn liep tot in dit park. Langs het laatste stuk traject van dit spoor stonden verschillende gebouwen. Hierin werkten verschillende facilitaire afdelingen van het Munitie-Lager. De eigenlijke opslag lag op de Leusderhei.

Fotograaf onbekend.
Uit particuliere collectie.


 


Zoals in een eerdere paragraaf geschreven, gebruikten de Duitsers vanaf voorjaar 1942 het smalspoor-traject van voor de oorlog. In Juni 1942 werd dit opgebroken en werd op hetzelfde traject een breedspoor aangelegd. Op dit breedspoor konden gewone locomotieven rechtstreeks van de spoorlijn Utrecht-Amersfoort hun zware last verder transporteren en hoefde de last niet meer overgeladen te worden. Naast het breedspoor werd het smalspoor weer her-aangelegd. Via het breedspoor werd door een trein met wagons zware munitie zoals vliegtuigbommen vanuit Duitsland aangevoerd. Aan het einde van de spoorlijn werden de bommen met de hand van de wagon in een vrachtwagen overgeheveld. De bommen waren verpakt in een houten krat (of ook slee genoemd) waar een soort handvat aanzat, waaraan de last slepend versleept kon worden. De transportploeg vervoerde vervolgens de bommen naar de munitiebunkers op de Leusderhei, waar ze met een takel gelost werden.

Lichtere munitie, zoals geweer en pistool patronen, FLAK-granaten en dergelijke werd in munitiekisten door vrachtwagens aan en afgevoerd en eveneens opgeslagen in de munitiebunkers. Over het algemeen lagen de bunkers letterlijk en figuurlijk bomvol met munitie. Vanuit dit Munitions-Aufstellung Lager werd de munitie in kleinere hoeveelheden weer getransporteerd naar andere lokale opslagterreinen en vliegvelden in Nederland. Zo vertrok er op 18-12-1943 een munitietrein vanuit Soesterberg naar Groningen.

Het laden en lossen van de bommen gebeurde met enige veiligheidmaatregelen. De wagons werden losgekoppeld en op geruime afstand van elkaar gelost en geladen. Als het mis zou gaan zou maar 1 wagon verloren gaan en niet de hele treinlading. Per wagon lagen zo'n 20 bommen. Bij het laden en lossen stond altijd een Duitse militaire Brandweer-wagen paraat.

Een van de sub-afdelingen van het Munitions-AufstellungsLager was de afdeling 'Retourgoederen'. Vanwege de schaarste van grondstoffen werd bijna alles bewaard. De houten bom-rekken werden gedemonteerd en opgeslagen, eveneens houten en stalen munitiekisten, lege koperen hulzen, karton en bindtouw. Wanneer er een voldoende hoeveelheid retourgoederen was verzameld werden deze weer terug getransporteerd naar Duitsland. De aan- en afvoer van materiaal gebeurde door Duitse eenheden, maar de demontage, opslag en het helpen bij het laden en lossen werd hoofdzakelijk gedaan door Nederlandse Arbeiders. Degene die afgekeurd waren voor de ArbeitsEinsatz in Duitsland konden via het Gewestelijk Arbeidsbureau van Amersfoort hier komen te werken. De afdeling 'Retourgoederen' omvatte in september 1943 ongeveer 20 tot 25 Nederlandse arbeiders, die werden geleid door twee Duitse Wehrmacht soldaten. Dit waren twee oudere (50+) militairen die behoorlijk schappelijk waren en geen fanatieke nazi's. De Nederlanders konden het veroorloven soms een grapje te maken over Hitler. De Duitse militairen die waren aangesteld voor de aan- en afvoer van de munitie op de munitie-opslagterrein zelf waren meestal behoorlijk jonge knapen en vaak veel fanatieker (opgegroeid/opgevoed met de nazi ideologie). Daarbij hoefde men het niet te wagen grappen over Hitler te maken.

Langs de zuidkant van het laatste traject van de spoorlijn stonden twee houten barakken en 1 houten loods. In de barakken lag opslag van goederen en vermoedelijk werd hier de administratie van de aan- en afvoer van munitie bijgehouden als treinen gelost en geladen werden. In de houten loods, die aan de voorzijde open was, lagen camouflagenetten opgeslagen. Deze camouflagenetten werden over de munitiebunkers gedrapeerd om ze te verbergen vanuit de lucht. De arbeiders in de Retourgoederen-ploeg werkten buiten, aan het einde van het spoor. In de heide werden de stalen pinnen uit de houten rekken geslagen en konden de rekken ingeklapt worden. Er waren geen waslokalen en kantine voor de arbeiders beschikbaar. Wel een klein toilet-gebouwtje. 

 

Toiletgebouw

(Gebouw R3)

Fotograaf R. de Mos 1993

De arbeiders van deze ploeg werden in de gaten gehouden door de twee Duitse 'voormannen', met name of men niet verder van de plek ging dan waar het werk gedaan moest worden. Zodoende zag men wel andere gebouwen, maar wist men vaak niet wat daar gedaan werd. De open houten loods lag wel dichtbij en soms zag er iemand kans om zijn snor te drukken. Er werd dan in de loods geslopen en tussen de camouflage netten een tukkie gedaan. De Duitse voormannen wisten vaak wel waar de tijdelijk vermisten zich ophielden en gooiden dan een paar flinke koperen hulzen op de camouflagenetten in de hoop de slaper te raken.

 

Wat verder richting het Voertuigenpark lagen nog enkele gebouwen. Langs het spoor stond een stenen gebouw met een perron langs de spoorkant waar een trein geladen en gelost kon worden. Dit gebouw is gebouwd op de fundamenten van het laad en los station van het oude smalspoor van voor de oorlog. 

(Gebouw G)

Fotograaf R. de Mos 1993

 


 

Tevens lag er een magazijn/werkplaats gebouw in de directe buurt met dubbele openslaande deuren. Aan het gebouw bevond zich een takel om vrachtautos te laden en lossen.  (Gebouw R1)
Fotograaf R.de Mos 1993
Onder: Foto uit 1972 waar de takelstructuur nog op te zien is.
Collectie Kuijpers: Gemeente Archief Soest


Ten Noordwesten hiervan lagen nog twee gebouwen, elk afgelegen. Een was een zeer klein vierkant gebouw waarvan de muren door dikke lagen zandzakken waren omringd. Hierin werden blindgangers ontmanteld. Vanwege het ontploffingsgevaar lag dit gebouw afgelegen, was het omringd met zandzakken en mocht er maar 1 persoon in werkzaam zijn. Er werden hier voornamelijk bommen die geallieerden vliegtuigen boven de regio hadden uitgeworpen maar niet waren afgegaan ontmanteld. Het waren voornamelijk Engelse fosfor/brandbommen. Bij inslag in zachte grond schoot de ontsteking dan niet door naar het kruitreservoir. Meestal werden er meerdere tegelijk met een vrachtwagen aangevoerd. De laadbak van de vrachtwagen was dan gevuld met zand, waarin de bommen met afstand van elkaar in lagen. Nadat de ontsteking was verwijderd werden de bommen weer met dezelfde vrachtwagen afgevoerd. Mogelijk werden ze elders op de Leusderhei tot ontploffing gebracht.

In een ander, groter gebouw werd juist munitie gemonteerd. Met name 2 cm Flak patronen met granaten. Door een langwerpig gebouw liep een lopende band. Aan weerszijde hiervan bevonden zich compartimenten. Elk compartiment was afgeschermd met een dikke laag zandzakken. In elk compartiment voerde 1 persoon een handeling uit, zoals het verwijderen van het oude slaghoedje van een gebruikte huls. Volgende personen plaatsten een nieuw slaghoedje, vulde de huls met kruit, plaatsten de granaat erop en brachten de ontsteking in de granaat aan.

Er waren behoorlijk veel veiligheidsmaatregelen genomen bij de verschillende afdelingen van het park. En terecht, want het ging nog wel eens mis. Het laden en lossen van munitie ging vaak snel en ruw, waar bij een ruwe smak wel eens een Flakgranaat afging. Bij de demontage van een blindganger raakte een persoon een deel van zijn hand en zijn vingers kwijt.

Bij het laden van een wagon met Duitse Brandbommen voor verdere transport begon eens bij het plaatsen van de vierde bom in de wagon de bom spontaan te sissen. Gealarmeerd rende de laders weg, waarna de bom inderdaad afging. De vrachtwagen met overige bommen werd snel weggereden en de gereedstaande brandweer wagen bluste het vuur.

Bovenstaande incidenten werden opgetekend aan de hand van verklaringen van een arbeider die slechts 3 tot 4 weken op het park heeft gewerkt. In de loop van de jaren zijn er waarschijnlijk meerdere personen licht of zwaar gewond geraakt, en mogelijk ook overleden, bij de werkzaamheden op dit park.

Mede door de ongelukken hielden meerdere arbeiders het snel voor gezien. Eentje sloeg opzettelijk met de hamer op zijn vinger, zodanig hard dat vinger flink gekwetst werd. De vinger werd door de Soesterbergse arts Splinter verbonden inclusief mitella. Eenmaal tijdelijk arbeidsongeschikt zorgde hij er voor dat hij elders werk kreeg. Een andere arbeider, uit boerenfamilie uit Hoogland, sneed met een mes een snee in zijn hand. Hierin legde hij een varkenshaar. De volgende dag was zijn hele hand rood en opgezet en werd hij ook tijdelijk arbeidsongeschikt verklaard.


 

Naast de Nederlandse arbeiders bevatte het Munitionslager veel Duits personeel. Toezichters, laders en lossers, transporteurs, administratie, controleurs, voormannen etcetera. Hiernaast een postkaart van een Duitse soldaat van Munitionslager Soesterberg verstuurd naar zijn liefje in Duitsland.

Collectie SLS3945

 

Kamp van Zeist

Het Munitions Lager achter het Kamp van Zeist werd in 1942 aangelegd. Ten zuiden van de Korndorferlaan maakte de door de Duitsers herlegde spoorweg een T-splitsing, waarvan 1 tak naar het westen boog richting Kamp van Zeist. De spoorbaan kwam uit in de zuidkant van het Kamp, op de grens met de beboste percelen en eindigde bij de boslaan die van Kamps Zeist naar de Wallenburg loopt. Op dit eindpunt bevond zich een overslagplaats met takel. Aan deze takel zat een ijzeren ketting met twee haken, om bommen te lossen van de wagons. Aan een stelsel van boslanen in het bos erachter lagen munitiebunkers verzonken in de grond. In tegenstelling tot het munitiepark op de Leusderhei werden hier geen betonnen wegen aangelegd, maar werd gebruikt gemaakt van de bestaande boslanen. De belangrijkste aan-/afvoer laan, die pal ten zuiden van het Kamp van west naar Oost liep, grotendeels evenredig aan de spoorbaan, werd grondig verhard. Dit gebeurde door puin uit gebombardeerde steden, dat via de trein werd aangevoerd, met een stoomwals over het pad te verspreiden, waarna de zijkanten met de hand met klinkers werden afgewerkt. Ook de laan naar de Wallenburg werd grondig verhard. Overige lanen werden plaatselijk verhard, met name om modderkuilen te voorkomen. Ook hiervoor werd puin gebruikt, en enkele paden werden met cokes (verbrande kolen) verhard.

Het munitiepark strekte zich uit tot en met de woning op de Wallenburg, en de andere woning op de hoek van de laan langs de Wallenburg en het fietspad (Oude Postweg). Op deze punten bevonden zich ook schildwachten, die door middel van veldtelefoons contacten onderhielden. Ver na de oorlog werd bij het kappen van een boom nog een totaal in de boom ingegroeide duitse veldtelefoon ontdekt.

De administratie van dit munitiepark bevond zich op het Kamp van Zeist, evenals de hoofdingang, het wachtgebouw met veranda. Hier stond een schildwacht van de Luftwaffe. Tevens stond hier een bord met "M. A. St." erop. Dit stond voor Munitions Ausgabe Stelle.

 

Wanneer de gelegerde Luftwaffe-eenheden zich op moesten maken voor een missie (veelal naar Engeland) werden kleine hoeveelheden op door wagens getrokken bom-karretjes vanuit het munitiepark naar de vliegtuigopstellingen vervoerd. De gemotoriseerde kar trok een keten van bomkarretjes, met 1 bom per kar. Soms bestond de keten uit maar liefst 8 karretjes. Vaak zat er dan op het achterste karretje een Luftwaffe-soldaat. 

Links op de foto het smalspoor.

Fotograaf onbekend.
Collectie K. Stouten

Het hele bosgebied rond Kamp van Zeist, tot en met de Oude Woudenbergse weg/Krakelingerweg was sperrgebied. Het bos ten westen van de Oude Postweg werd bij tijd en wijlen gebruikt als oefengebied van Duitse eenheden.

Ondanks dat het Verzet de Engelsen op de hoogte stelden van de Duitse activiteiten in het Kamp van Zeist is het Kamp nooit serieus doelwit geweest. Tijdens het grote bombardement van 15 augustus 1944 op vliegbasis Soesterberg heeft één vliegtuig zijn bommen laten vallen op het gebied van het Kamp van Zeist. Deze bommen brachten geen zware schade toe. Verder werd het enige malen beschoten vanuit vliegtuigen, onder andere op 1 februari 1945. Op 6 Januari 1945 wordt na een tip van het verzet een munitietrein beschoten op de Leusderhei net ten zuiden van de Korndorferlaan. Na een voltreffer explodeert de lading en wordt de trein volkomen vernietigd.

Waarschijnlijk is sindsdien de rol van het Munitionslager uitgespeeld. In de Lage Vuursche wordt vanaf eind 1944 een nieuw regionaal munitiedepot van de Luftwaffe ingericht. April 1945 worden gebouwen op de vliegbasis opgeblazen en ook het munitiedepot in de Lage Vuursche wordt deels opgeblazen door de Duitsers zelf. In de zelfde periode zijn geen activiteiten op het Munitionslager Soesterberg waargenomen en nadien ook geen grote aantallen munitie aangetroffen. Enkel grote hoeveelheden betonnen oefenbommen van de Luftwaffe. 

 

Dit waren betonnen oefenbommen met stalen staartvinnen.In de uitsparingen zaten glazen capsules met een chemische substantie die rook gaf als de capsule bij inslag kapot brak. Ze werden beschermd met en houten dekseltje.  In de jaren na de oorlog werden ze veel gebruikt als hoekpalen bij bospaden en wegen rond de Leusderheide.

Fotograaf R. de Mos 1994




De munitiebunkers in de bossen achter Kamp van Zeist werden vrij snel opgeruimd. De bakstenen werden afgebikt en hergebruikt voor de wederopbouw. De verhardingen in de wegen zijn de enige zichtbare sporen