Kamp van Zeist

Midden-Eind jaren 30 was Kamp van Zeist in gebruik als Luchtdoelartilleriekamp. De Luchtdoelartillerie opleiding vindt plaats in de Croeselaan-kazerne in Utrecht en veldoefeningen worden afwisselend gehouden bij Den Helder en te Soesterberg. Zo stond er in Soesterberg een 10 cm tl. luchtdoelkanon voor oefendoeleinden en proefnemingen.

Gezien het kamp voor oefeningen gebruikt werd en geen permanente huisvesting bood, waren de meeste gebouwen van hout gemaakt, een groot deel al uit de tijd dat de Genie van het kamp gebruikt maakte.
De legeringsbarakken, kantines, bureelgebouwen en magazijnen waren allen van hout. De weinige stenen gebouwen waren de rijkswoning van de commandant en het nieuwe wachtgebouw.

Gedurende de mobilisatie wordt in de loop van 1938-1939 het kamp in gebruik genomen door de LuchtvaartAfdeling (LVA).

De 3e Luchtvaartcompagnie van het Depot LuchtStrijdkrachten (3e Luchtvaartregiment) was er gelegerd. Dit waren recruten in opleiding tot piloot of overig vliegtuig-personeel die alhier ook de beknopte militaire basistrainig kregen.
Nog in de rekrutenfase, werd in Mei 1940 60 man hiervanuit gestuurd naar Rotterdam om daar het garnizoen te versterken.


 

Rekruten van bovengenoemde eenheid bij het wachtgebouw van Kamp van Zeist, Mei 1939.

Fotos: Mevr. Keser Schell via Hans van Breukelen (www.vliegbasis-soesterberg.nl)

Op de foto P.L.M.Schell (1919-1973) die daar opgeleid werd tot piloot.

Linksonder: Voor de manschappenbarak

Rechtsonder: Klaar voor oefening op de hei naast het Kamp.





In okober 1939 hebben ook manschappen van 20 R.I. gebruik gemaakt van Kamp van Zeist, aangezien de kazerne onvoldoende plaats bood. Met de naderende winterkou vertrokken zij vrij rap weer naar een gevorderde villa op de Amersfoorstestraatweg.
Tijdens de Meidagen van 1940 bevond zich in Kamp van Zeist een detachement politietroepen van de VIIIe Divisie.

Na de Duitse inval nemen de Duitsers vrijwel direct Kamp van Zeist in.

Het kamp wordt met name door de Landwirtschaft gebruikt. Dit was een paramilitaire organisatie die voor het Duitse Leger agrarische activiteiten verrichtte. Op grote delen van de Leusderhei en op plekken bij de vliegbasis werd rogge, aardappelen en tarwe verbouwd. In het kamp van Zeist was het beheer en opslag van materiaal en goederen. Op het terrein bevond zich een reeks varkenshokken en een graansilo. Tevens was het bos achter het Kamp van Zeist ingericht als jachtterrein voor Duitse officieren.

Komend van de Kampweg, dan zag men voor het laatste huis, op de kruising Kampweg en Kampdwarsweg, een bord staan. Op dit bord stond; "LGK. Verw. L.Z. Jagd u. Forst". In dit huis zat de administratie van de Landwirtschaft met betrekking op de bossen en het jagen hierin. Een officier die aangesteld was als opzichter reed vrijwel dagelijks in een koets door de bossen. Om het jagen op te leuken werden allerlei extra dieren uitgezet, zoals fazanten, patrijzen en afwijkende konijnenrassen.

Op een terrein tussen het laatste huis op de Kampweg en het wachtgebouwe van het kamp  stonden, aan de rechterkant van de weg, een grote houten schuur met konijnenrennen. Hier werden Angorakonijnen in gefokt. De vacht van deze konijnen werd gebruikt voor de voering van vliegerkleding.

De hoofdfuncties van de Landwirtschaft werd bemand door militairen. De arbeid werd gedaan door Duitse en Nederlandse burgers. Deze droegen burgerkleding, met een groene stoffen armband met in zwart een L erop voor herkenning. En uiteraard hadden deze burgers een speciale Ausweis.

Als op Dolle Dinsdag, 5 September 1944, de Duitsers tijdelijk gevlucht zijn is het Kamp van Zeist verlaten, en zien sommige Soesterbergers hun kans en halen zakken met meel en zelfs varkens uit het kamp. Dit was niet ongevaarlijk, aangezien in het dorp nog wel Duitse soldaten rondliepen en de grote adelaar met hakenkruis op de meelzak aangaf dat dit goederen waren van het Duitse leger.

Tevens vinden er herstellende soldaten er onderdak. Dit zijn met name soldaten die gewond of overspannen zijn geraakt aan het front en in de rustige natuurlijke omgeving weer bij kunnen komen.

Als in de loop van 1941-1942 het munitiecomplex in de bossen achter het kamp wordt aangelegd en in gebruik genomen, bevindt zich in het kamp de Munitions Ausgabe Stelle (uitgiftepunt) en bijbehorende administratie.

Na de slag om Arnhem zouden er gevangen genomen engelse soldaten tijdelijk vastgehouden zijn en tevens Duitse deserteurs. Twee duitse militairen die gedeserteerd zouden zijn, zijn standrechtelijk berecht en gefusileerd aan de rand van het kamp aan de Oude Postweg. Het verzet is op één of andere manier hierover getipt en na de bevrijding is het veldgraf gevonden en geruimd. Ter herdenking werd een witte kruis op de plek geplaatst.

Na de bevrijding namen de Canadezen intrek in het kamp en was er waarschijnlijk het 202 Infantery Ordnance Sub-Park van de 2e Canadese Infanterie Divisie ondergebracht.